PDA

View Full Version : Een onfortuynlijke verkiezingsuitslag


Esceha
16 juli 2002, 18:12
Geplaatst door Cor Schorel.

Bron:
http://www.stelling.nl/kleintje/

Een onfortuynlijke verkiezingsuitslag
door Ton Geurtsen

Hoe men ook denkt over de betekenis van parlementsverkiezingen, zij zijn een betrouwbare momentopname van de gevoelens en gedachten onder de bevolking. In die zin is er alle reden tot onrust, na de uitslagen van 15 mei 2002.

Het CDA met een eclatante overwinning terug naar het centrum van de macht, een verdere ineenstorting van de sociaaldemocratie en vooral de komst van een enorme fractie fortuynisten: het stemt bepaald niet tot tevredenheid. De grote winst van de Socialistische Partij is het enige dat er tegenover staat.
Het verging mij de weken voorafgaand aan en rond de verkiezingsdag zoals het zo velen is vergaan. Grote opgewondenheid, normaal gesproken voornamelijk te vinden bij partijgangers die naar zetelwinst verlangen, scheen ieder in de greep te houden. Eerst de opkomst van die merkwaardige ex-Elsevier columnist Prof. Dr. W.S.P. Fortuyn, het vervolgens onder diens leiding wegvagen van het Rotterdams PvdA-establishment, toen debatten waarin persoonlijke afkeer het won van inhoudelijke discussie om plotseling gesmoord te worden in een moord op de nieuwe messias der ontevredenen.

De gevaren van Fortuyns politiek
Bij alles dat de persoon van Pim Fortuyn teweeg heeft gebracht, is misschien de verwarring wel het meest typerende. Ook mensen die niet zomaar bij rechts zijn in te delen, zagen toch wel iets in de 'nieuwe politiek' die hij vertegenwoordigde. Tegelijkertijd werd hij door sommigen voor hele of halve fascist uitgemaakt. Beide benaderingen lijken me onjuist. Fortuyn was de verwoorder van iets heel anders dan fascisme, maar het enthousiasme dat hij teweeg bracht, is onterecht en zelfs gevaarlijk. Het begon mij enigszins te beangstigen dat de eenmansbeweging Fortuyn groeide en groeide en alsmaar meer harten wist te veroveren. De man zelf vertoonde minstens drie eigenschappen die een radicale afstand tot zijn gedachtengoed en dat van zijn nazaten rechtvaardigt.

De eerste was het zo nadrukkelijk naar voren schuiven van het "eigen ik": veel uiterlijk vertoon, een megalomane drift de landsleiding over te nemen ('vergis je niet, ik word de nieuwe minister-president van dit land'), bij debatten altijd iedereen in de rede vallen en als een verwend kind op de grond gaan stampen als je op een zwak punt wordt betrapt. De mensen bleken het voor lief te nemen of leuk te vinden en ook voor tegenstanders vertegenwoordigde hij een hoge amusementswaarde.
Fortuyn verwarde romantiek en emotie met inhoudelijke discussie. Die discussie is in de beste handen bij mensen die het intieme en persoonlijke niet zomaar aan de publieke opinie prijsgeven. Politici moeten net als iedereen hun werk goed doen en privé in de luwte blijven. Maar er is bijna geen journalist of programmamaker te vinden die deze 'ouderwetse' opvatting huldigt. Dat verklaart precies waarom Fortuyn groot heeft kunnen worden. Hij vertegenwoordigde een hoge graad van entertainment, met garantie op spektakel en hoge kijkcijfers op de koop toe.
Het toppunt van mannetjesmakerij was wel de vanzelfsprekendheid waarmee Fortuyn aan alle debatten mocht meedoen en wel op grond van de stand van de opiniepeilingen. Normaliter doen alleen de grootste, zittende partijen mee en soms worden ook de kleine uitgenodigd. Maar nu mocht Fortuyn aanschuiven, terwijl Veling of Marijnissen ontbraken. Degenen die nu roepen dat ook de media een belangrijk aandeel hebben gehad in de Fortuyn-demonisering, moeten vooral niet vergeten dat het diezelfde media zijn die hem groot hebben gemaakt.
Fortuyns wijze van optreden kon leuk uitpakken als hij op het juiste moment zijn gevoel voor humor liet spreken, maar minder leuk als hij zich liet ontvallen dat 'minister Borst alleen maar minister is geworden omdat ze een vagina heeft' - een van de vele statements uit zijn politieke repertoire. Lang vóór zijn beoogde mars naar het regeerpluche had Fortuyn al een grote staat van dienst in het onheus aanvallen van personen. Wie nu over demonisering door links praat, verdoezelt de voorgeschiedenis.
Zijn persoonlijke stijl van politiek bedrijven ging gepaard met een taalgebruik waarvan men meende dat dat nu eindelijk eens 'begrijpelijk is voor gewone mensen'. Maar dat is een verzinsel. Wie luistert naar de doorsnee politicus, kan onmogelijk beweren dat er in andere partijen geen mensen zitten die je kunt snappen. De bewering klopt alleen als men eenvoudig taalgebruik verwart met simplisme en demagogie.
Fortuyn schudde de politiek flink op, maar dat lag niet aan de inhoud van zijn programma. Door zichzelf als persoon centraal te stellen en doordat media dat graag uitvergrootten, ontstond een spektakel waarin de inhoud nog meer naar de achtergrond verdween dan toch altijd al het geval was. Het is dan ook onzin om te zeggen dat de interesse in politiek de laatste tijd zo is toegenomen. Het was de interesse in een interessant fenomeen die toenam. En je kon er nog op stemmen ook.

Een tweede eigenschap van Fortuyn was de combinatie van onlustgevoelens onder de beoogde aanhang en de eigen ambitie die voor politieke macht te gebruiken. Hoewel hij er een handje van had ook andere groepen als plezier-WAO-ers of als 'denkterroristen' aangeduide milieuactivisten de oren te wassen, richtte hij zijn peilers toch vooral op illegalen, asielzoekers en islamieten. Opvallend was dat hij bij nader inzien wel weer eens gas terugnam, met als verbazingwekkende draai het voorstel om illegalen een wettelijke status te verlenen. Dit 'linkse' pleidooi had overigens een heel wat minder links doel: om vervolgens met een schone lei te beginnen en de grenzen potdicht te houden.
Veel aanhangers van Fortuyn gaven er in televisie-interviews en via opiniepeilingen blijk van hem te steunen vanwege zijn standpunten over 'vreemdelingen'. Dat deden zij onbeschaamd. Dat bijna alles de schuld van vreemde import is, is niet langer iets dat naar de veilige privé-sfeer van de verjaardag of het cafébezoek wordt verbannen. Het is een gerespecteerde mening geworden, waarmee je het als het meezit - maar dat zit het nu niet - oneens mag zijn.
Uit de verkiezingsoverwinning van de Lijst Pim Fortuyn (LPF) blijkt hoe gespreid over het land haar aanhang is. Voorzover het migrantenstandpunt onder de stemmers de doorslag heeft gegeven, is dat opvallend. Immers, allochtonen zijn vooral zichtbaar aanwezig in de grote steden en dan nog alleen maar in bepaalde wijken. In de gemiddelde stad of buurt moet je lang zoeken om er een te vinden en verder loopt er wel eens een dorp te hoop als er een groep asielzoekers wordt opgesloten. Maar in al deze gebieden werd er op de lijst van Fortuyn gestemd. Dit onder het motto: we hebben er nu geen last van, maar wat niet is, kan nog komen.
Het is verontrustend als mensen ten onrechte hun sociale problemen wijten aan de aanwezigheid van allochtonen. Maar het is het toppunt van irrationaliteit dat te doen als je er zelf nooit iets van meemaakt. Fortuyn, die het charisma had dat anderen die dit ook vinden blijkbaar ontberen, wist deze onderhuidse afkeer van het vreemde alom in het land te mobiliseren en dat doet het ergste vrezen voor het gezond verstand anno 2002.

Als derde is van belang dat Fortuyn een politieke vertaling gaf aan gemakzuchtige kritiek. 'Het zijn allemaal zakkenvullers' of 'Ze belazeren je toch' is een veel gehoorde kijk op politici, niet in de laatste plaats verwoord door mensen die overal al een grote bek opzetten. De kritiek van Fortuyn c.s. op de gevestigde politiek was niet nieuw - en wordt op andere gronden ook door buitenparlementair links verwoord - maar had weinig met de feiten en veel met verzinsels en verdachtmakingen te maken. Het 'liegen en bedriegen' dat Fortuyn met name de regenten van de PvdA verweet, is een voorbeeld van onheuse kritiek. Wie de moeite neemt de globale doelen van politieke partijen na te gaan en deze te vergelijken met wat ze doen, komt al snel tot de conclusie dat ze in grote lijnen doen wat ze zeggen. Regelmatig licht een minister het parlement verkeerd in of schendt een partij een belofte. Dat is een algemeen menselijke trek die je overal tegenkomt. Maar een wetmatigheid is het niet.
Er bestaan ook corrupte politici en het lijken er in de loop der jaren zelfs steeds meer te zijn geworden. Ook dat is gewoon een algemene trend: overal zetelen oplichters. De lijst-Fortuyn was daarop geen uitzondering: het wemelde er van de mensen met een 'zaak' aan hun broek. Dus als de LPF nog steeds vindt dat zittende politici onbetrouwbaar zijn, zijn ze ruimschoots op tijd om zich erbij te voegen.
Het mikpunt van kritiek werd 'paars'. Jarenlang scheen men tevreden te zijn over het beleid van de combinatie PvdA-VVD-D66. Deze tevredenheid is terecht voor al diegenen die afwilden van de CDA-heerschappij zodat een aantal heikele levensbeschouwelijke kwesties (euthanasie, homohuwelijk) geregeld konden worden en ook voor degenen die vooral het financieringstekort van de overheid, de welvaart en de werkgelegenheid ter harte gingen. Op deze punten heeft het kabinet zich jarenlang daadkrachtig getoond en resultaat behaald. Ook op het punt van de multiculturele samenleving is, onder regie van minister van Boxtel, sprake geweest van een baanbrekende aanpak. Het gros van degenen die op deze partijen hebben gestemd, zou daarom een continuering van paars moeten willen.
Maar dat is dus niet zo. Er is sprake van een kankermentaliteit - ik bedoel een mentaliteit van veel kankeren - dat niets deugt en alles anders moet. Plotseling lijkt het alsof iedereen slapeloze nachten heeft van de wachtlijsten in de zorg, de treinvertragingen lijken zo ongeveer een existentieel probleem te zijn geworden en heel Nederland gaat gebukt onder zwerfvuil en messentrekkers. Dit zijn natuurlijk serieuze problemen, maar het lijken niet meer dan gelegenheidsobjecten van broeiende onvrede te zijn. Als uitlaatklep voor deze onvrede kan men groepen tot zondebok maken, maar ook een onderwerp uitmelken en van wat pittige provocaties gepaard laten gaan.
Deze opborrelende frustraties onder de bevolking werden door Pim Fortuyn gemobiliseerd en tot een politiek programma gebundeld dat volgens deskundigen 'uit het veld' zo ongeveer op elk terrein onwerkbare oplossingen bevatte.

LPF: reactionair rechts
De politieke en journalistieke elite heeft de afgelopen tijd niets nagelaten om het succes van de LPF te verklaren door te wijzen op het niet serieus nemen van de problemen van de minst bedeelden: vooral zij zouden het fortuynisme tot een succes hebben gemaakt. Steevast wordt daarbij verwezen naar het lage opleidingsniveau van veel LPF-stemmers. Zo meldde Volkskrant-redacteur Kees Kraaijeveld in een discussiebijdrage van 22 juni 2002 dat 'liefst 42 procent van de LPF-stemmers een LBO-opleiding of lagere school heeft gevolgd en ook qua inkomen tot de laagste regionen behoort.' Opvallend is dat de uitdrukking 'laagste regionen' verder niet wordt gespecificeerd, maar te vrezen valt dat we dat zeer ruim moeten nemen. Voor zeer velen in Nederland, en in elk geval ook voor het mediakader, is een inkomen van pakweg tweemaal modaal al snel iets waar je nauwelijks van rond kunt komen. Er wordt nu eenmaal beschamend veel geld verdiend in Nederland. Maar mensen als 'kansarm' karakteriseren omdat ze in vergelijking met het graaivolk aan de bovenkant relatief arm zijn, is onzinnig. Zullen we op den duur een miljonair kansarm gaan noemen omdat er een groeiende groep van miljardairs bestaat?
Nog merkwaardiger in het betreffende artikel is dat de analyse gebouwd is rond een vaststelling over 42 procent van de aanhang. Een lezer vraagt zich dan toch af waarom er niet wordt gewezen op die meerderheid van 58 procent waarvoor het lage opleidings- en inkomensniveau niet geldt. De meeste opiniemakers horen waarschijnlijk niet graag dat de kringen waarin zij verkeren en anderen met een qua inkomensniveau en sociale status vergelijkbare positie, evengoed, of zelfs meer, ontvankelijk zijn voor glibberige opvattingen.
Bovendien wordt vergeten dat er geen ondubbelzinnig verband tussen opleidingsniveau en inkomen bestaat. NRC-redacteur Dick van Eijk was zich daar wèl van bewust, toen hij op 7 maart, een dag na de overwinning van Leefbaar Rotterdam bij de gemeenteraadsverkiezingen, schreef: 'Onder de laagste inkomenscategorie (beneden modaal) is [de partij van Fortuyn] zelfs aanzienlijk ondervertegenwoordigd. Fortuyn moet het meer hebben van de lager opgeleide, maar behoorlijk verdienende man, de harde werker die zich ergert aan degenen die dat - in zijn ogen - niet doen.' Ook Fortuyn koppelde zijn agitatie tegen problemen die door bepaalde groepen sociaal zwakkeren zouden worden veroorzaakt aan de waarschuwing dat in een stad als Rotterdam de middenklasse aan het wegtrekken was. Hij wierp zich, behalve voor de nog veel meer bemiddelden, dan ook op als pleitbezorger van deze klasse.
De electorale doorbraak van uiterst rechts in verschillende Europese landen is in de eerste plaats te wijten aan de aanhang die men zich wist te verwerven onder de middenklasse. Zelfs de aanhang van de onlangs overleden Hans Janmaat was het sterkst geconcentreerd onder mensen met een inkomen tussen modaal en tweemaal modaal.
Het is dan ook een misverstand dat juist de kansarmen massaal naar rechts zijn overgestapt. Want wie zijn dat in Nederland eigenlijk, afgezien van illegalen en nog zo wat groepjes? Het gaat om een minderheid van mensen die een laag inkomen heeft en met de meeste sociale problemen, door waar ze wonen en werken, geconfronteerd wordt. Hoewel de LPF onder alle bevolkingsgroepen grote aanhang verwierf, scoorde deze partij niet in de eerste plaats onder 'mensen in achterstandswijken'. Van de PvdA-aanhang stapte 11 procent over en de rest van het verlies ging elders heen. Bij die 11 procent moeten we ons vooral niet voorstellen dat dat allemaal zeer onterechte mensen zijn, want ook het sociaaldemocratische electoraat bestaat voor een aanzienlijk deel uit mensen met goede inkomens. Natuurlijk is dat in veel sterkere mate het geval met de VVD en die zag dan ook 25 procent van haar aanhang naar de LPF overgaan. Kansarmen?
Opvallend was daarnaast de grote toeloop van jonge kiezers, tegenover een veel lagere aanhang onder 65-plussers. Dat had natuurlijk iets te maken met Fortuyns uitbundige stijl van politiek bedrijven, die paste bij deze tijd en haar opstormende generaties. Veel meer dan zo'n twintig jaar geleden groeien jongeren op met de vanzelfsprekendheid van hun leven in rap tempo een succesverhaal te moeten maken. Wie er wel denkt te komen, heeft weinig te vrezen van het fortuynisme.
De bemiddelde Fortuyn verkeerde in kringen van veelverdieners en ook voor de leden van de Fortuyn-lijst is hun riante maatschappelijke positie kenmerkend. Economen, zakenmensen, medische specialisten, hoge ambtenaren: het zijn niet de mensen waar je snel een vooruitstrevend beleid van verwacht. Er bevinden zich zelfs allochtonen onder en dat is helemaal niet zo vreemd voor een partij die onaardig tegen immigranten doet. Als je het spel goed meespeelt, mag je desnoods zo zwart als roet zijn.
De kringen waarin Fortuyn zich ophield, de mensen die hij voor zijn lijst aanzocht, degenen die voor de LPF in de Tweede Kamer zijn gekozen èn een zeer aanzienlijk deel van de stemmers: het wijst er allemaal op dat we te maken hebben met een reactionaire politieke stroming die het product is van modieus geweeklaag. Crisis en welvaartsachteruitgang kunnen dan vaak als oorzaak van verrechtsing worden aangewezen, het is net zo goed de mogelijkheid voor een groeiende groep mensen om op de maatschappelijke ladder te blijven stijgen die een ruk naar rechts kan verklaren. Voor de meerderheid van de bevolking is intussen een dermate overstelpende welvaart beschikbaar gekomen, dat behoudzucht en intolerantie tegenover minder fortuinlijken in de rede ligt.

Over demonisering en rechtse terreur
In de SP-publicatie "Leest u zijn boeken maar" werd keurig onder woorden gebracht waar Fortuyn voor stond. Het aardige was dat hem hierin geen enkel etiket werd opgeplakt: hij werd puur inhoudelijk bekritiseerd. Uit zijn standpunten op het gebied van overheidsfinanciën, publieke sector, sociaal beleid, openbare orde, mensenrechten, milieu en immigratie werd geconcludeerd dat het fortuynisme valt te karakteriseren als 'pimpelpaars' - dus: paars, maar dan nog heel wat graadjes erger. Er was echter ook niet-inhoudelijke kritiek en er werden veel planken van dik hout gezaagd.
Er waren de losse flodders, zoals de inhoudsloze maar wel woede opwekkende vergelijking met Mussolini door VVD-voorzitter Eenhoorn of de zeer verwerpelijke, direct aan Fortuyns homoseksualiteit gekoppelde, aantijgingen in een Trouw-column.
Dan was er het grof geschut, dat de aantrekkingskracht van de eenvoud heeft maar dat aan de kenmerken van deze beweging weinig recht doet. In een artikel in De Socialist (Internationale Socialisten) werd Fortuyn eenvoudigweg een 'fascist' genoemd. Dan rukt men een historisch verschijnsel uit haar context en plaats die over naar geheel andere omstandigheden en naar iemand die zich zelf absoluut niet herkende in fascistische stromingen. Gruwelijke historische gebeurtenissen worden zo gebruikt om de zaken nog erger voor te stellen dan ze toch al zijn.
Wel trad na de moord op Fortuyn het schorriemorrie onder zijn aanhang naar voren. Het was te verwachten dat de verontwaardiging over de aanslag niet alleen huisde onder degenen die de politieke democratie bedreigd achtten en onder rechtse burgers die niet gewend zijn onmiddellijk op de vuist te gaan. Ook de notoire vreemdelingenhaters, knokploegtypes en fascisten roerden zich. Hoe men Fortuyn ook zou willen karakteriseren, deze geest komt vanzelf uit de fles als je je minachtend uitlaat over 'economische gelukzoekers' of de 'achterlijke islam' en politieke munt slaat uit de instemming met deze opvatting. De jacht werd dus geopend - en niet alleen op ultra-radicalen.

Hoe vreemd het mag klinken: het is niet in de eerste plaats de aanval op radicaal-links die ons zorgen moet baren. Niet omdat het niet erg zou zijn, maar deze groeperingen hebben heel wat vaker blootgestaan aan bedreigingen, ook al schijnen ze veel heftiger dan normaal het geval is. Nieuw was wel de breuk met de Nederlandse politieke traditie dat politici van welke signatuur dan ook zich onbevreesd en onbeveiligd kunnen uiten zoals ze willen. Het 'vrije woord' is een van de belangrijkste kenmerken van deze broze, zeer beperkte, voornamelijk staatkundige democratie. Maar het is precies dit flinterdunne laagje van beschaving en fatsoen dat de afgelopen tijd te grabbel is gegooid.
Omdat integriteit geen enkel verband houdt met politieke kleur, wordt dit laagje ook vertegenwoordigd door gezagsdragers die ons doorgaans woest maken - bijvoorbeeld omdat ze weer eens een oorlog beginnen. De oproep door gevestigde politici tot de-escalatie, tot bestrijding van een onbesuisde politiek van de haat, is dan ook belangrijker dan we nu misschien beseffen. De burgerlijke democratie wankelt als niet alleen radicalen, maar ook gematigde of conservatieve gezagsdragers met modder worden besmeurd en aan doodsbedreigingen bloot staan. Zo zijn historische processen naar maatschappelijke ontbinding altijd verlopen.

Het omgekeerde van de-escalatie werd in werking gezet door het misselijk makende optreden van de advocaten Gerard Spong en Oscar Hammerstein. Zij formuleerden een aanklacht tegen politici en publicisten die zich negatief over Fortuyn hadden uitgelaten. Van beledigende uitspraken aan het adres van politieke tegenstanders is een complete historische bibliotheek beschikbaar: er is altijd van alle kanten gescholden en in verreweg de meeste gevallen leidde dat niet tot processen. Dit keer dus wel.
De advocaten hebben blijk gegeven van een verbijsterende onzorgvuldigheid. Zo zijn de beschuldigingen aan het adres van Thom de Graaf, Rob Oudkerk en Marcel van Dam feitelijk onjuist. Het duo heeft haar werk dus slecht gedaan, maar het effect van de aanklacht is er niet minder om.
In de aantijgingen van de advocaten wordt geen link gelegd tussen de gewraakte uitspraken en de moord. Als Fortuyn echter niet vermoord was en gewoon zijn verkiezingsoverwinning had behaald, zouden zij de 'demoniserende' aantijgingen al weer naast zich neer hebben gelegd. De moord is de enige reden voor de aanklacht waar met terugwerkende kracht de eerdere uitspraken aan worden gekoppeld. Het is hetzelfde mechanisme als waarmee het gooien van taarten achteraf niet meer als een ludiek protest wordt gezien waaraan we allang gewend zijn, maar door Hammerstein ineens een 'aanslag' wordt genoemd.
De beide advocaten zijn zó persoonlijk betrokken dat zij de uitoefening van het advocatenberoep in diskrediet brengen. Zij waren vrienden van Fortuyn, stemmers op de lijst-Fortuyn en Spong solliciteerde openlijk naar een ministerspost op Justitie wanneer de LPF een aanzoek zou doen. Met hun initiatief zochten zij enkele dagen voor de verkiezingen de publiciteit. Als zij de beschuldiging verre van zich hadden willen houden dat zij zich aan ordinaire partijpropaganda te buiten gaan, hadden zij het discreet aan moeten pakken en ook tot minstens na de verkiezingen moeten wachten.
Volgens sommige juristen maakt het initiatief van de twee overigens geen schijn van kans en het Openbaar Ministerie heeft vooralsnog geen reden gezien tot vervolging over te gaan. Het kan zelfs zijn dat de aanklacht geheel of gedeeltelijk zal worden ingetrokken. Maar dat is eigenlijk helemaal niet van belang. Van belang is slechts dat de anti-linkse intimidatie een steun in de rug tijdelijk goed kon gebruiken.

Tenslotte
In de "vorm" heeft Nederland een opzienbarende ontwikkeling doorgemaakt: een afslachting van gevestigde partijen waar de een na de ander terug moet treden, een breed gedragen anti-politieke beweging met een leider die de kans had binnen een paar maanden machthebber te zijn, een massale roep om een andere stijl van politiek bedrijven. Dat is nog nooit vertoond en verklaart - naast de moord en de nasleep daarvan - de mateloze opwinding.
Deze fortuynistische revolte zal naar mijn idee binnen de kortste keren zijn weggeëbd. Dat politieke vernieuwing, waarvan ik overigens nog niemand een concrete omschrijving heb horen geven, uitgerekend van de LPF moet komen, is te zot om serieus te nemen. De 26 ultra-behoudzuchtige parlementariërs - en toekomstige bewindslieden - zullen waarschijnlijk niet lang nodig hebben om te beseffen dat ze hun werk alleen kunnen doen wanneer ze zich als doorsnee-politici gedragen. Weg spektakel.

Naar de "inhoud" was en is er niets nieuws onder de zon. Programmatisch hadden Fortuyns denkbeelden niets dat zoveel aandacht rechtvaardigde en zelf zou hij volledig in het establishment zijn opgegaan. Dat zeg ik niet omdat ik verder dan iemands dood zou kunnen kijken, maar omdat hij altijd al - na zijn marxistische jeugdzonde - bij dat establishment hoorde. Datzelfde geldt voor de LPF. Zij uit zich anti-establishment, maar doet dat om maar één reden: dat ze zelf establishment wil zijn.
De eerste stappen daartoe zijn gezet. Wat volgt is de waarschijnlijk meest reactionaire regering van na de oorlog die de herinnering aan de pseudo-revolutie van de grote roerganger snel zal doen verbleken. Zij zal de bevolking opzadelen met een koud, hard en ongebreideld kapitalisme, zeker nu het economisch tij neerwaarts gaat en bezuinigingen in aantocht zijn.
Dat is geen prettig vooruitzicht, maar tegelijkertijd betekent het een normalisering van wat begonnen is als een in potentie levensgevaarlijke beweging. Dan treedt dezelfde regel in werking die vaak zo doeltreffend was om links te breken: haal ze van de straat en breng ze naar de staat. Dan zijn ze koest.

(Aangezien het ondertussen half juli zal zijn is het welicht van belang om te weten dat dit artikel geschreven is kort na de landelijke verkiezingen van 15 mei 2002)

--------------------------------------------------------------------------------

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 369, 12 juli 2002

Esceha
16 juli 2002, 18:18
Dit schreef ik als reaktie aan kleintje@stelling.nl

Zeer geachte Redactie,

Ik stel het op prijs indien u onderstaande reaktie wilt plaatsen in uw volgende "Kleintje Muurkrant"
Het artikel kunt u uitreraard voorzien van mijn naam en e-mailadres, in casu
Cor Schorel
esceha@kiest.nl


Response op "Een onfortuynlijke verkiezingsuitslag" in uw Kleintje Muurkrant nummer 369 d.d. 12-07-2002.

Tijdens het lezen van bovengenoemd artikel bekroop mij hetzelfde gevoel van onpasselijkheid als de avond voor de verkiezingen toen minister-president Kok zich meende te kunnen permitteren het Nederlandse volk toe te spreken met de opmerking dat men vooral bewust en doordacht moest stemmen. Een dergelijke oproep acht ik een schandalige minachting van het bewustzijn en realiteitszin van een grote groep kiezers. Het toppunt van schandalig gedrag is dat hij die oproep meende te moeten herhalen op de ochtend van de verkiezingsdag zelf. In uw artikel staat echter niet Kok, doch wordt de Heer Fortuyn en zijn ideologie aan de kaak gesteld. Aangezien bij al mijn uitspraken elegantie en respect voor anders denkenden voorop staat, zal ik mij niet laten verlijden tot het poneren van een persoonlijke reaktie, doch mij beperken tot het citeren van een door mij ontvangen e-mail.

(Integraal citaat)
Pim Fortuyn was geen fascist of neo-nazi, hij was een boodschapper.
-
Als halve Nederlandse hou ik de Nederlandse actualiteit in de gaten, en het shockeerde me dan ook enorm toen ik plots om half zeven het bericht door kreeg dat Dr. Fortuyn was doodgeschoten.
Deze flamboyante, erudiete, luidkeels voor zijn mening opkomende man werd het zwijgen opgelegd door een persoon die hem gewoon in koelen bloede kogels door het hoofd joeg. Dat hoofd dat zoveel ideeën bevatte, waar anderen angst en/of afkeer voor hadden. Kogels door de borst joeg. Die borst waarin het hart klopte van een bezorgde nationalist die de samenleving waarin hij leefde en functioneerde niet wou laten teloorgaan aan wetteloosheid en onaangepast gedrag. Kogels door de hals joeg. Die hals waaruit een stem sprak, vol overtuiging en toch vol oprechte humor. Deze levensgenieter, minnaar van mannen, werd door een man uit het leven gerukt met een daad van haat.

En zijn ideeën ? Hij predikte geen haat, maar stelde nuchter enkele feiten vast die men liever verzweeg omdat ze niet overeenkwamen met de heersende politiek correcte dogma's. Hij stelde ernstig maatregelen voor die naar zijn mening de samenleving in Nederland meer structuur en orde zouden kunnen geven. Pim Fortuyn was geen fascist of neo-nazi, hij was een boodschapper.

En we schieten altijd op de boodschapper die slecht nieuws brengt, nietwaar ?
Pim Fortuyn, R.I.P.

(einde integraal citaat)