Citaat:
Oorspronkelijk geplaatst door Wim De Winter
(Bericht 3375810)
De meeste populaties grote grazers zijn op een natuurlijke manier uit onze contreien verdwenen. Enkel de laatste relictpopulaties werden gedurende de steentijd door jagers-verzamelars uitgeroeid. Ten tijde van de ijstijden was het klimaat niet geschikt voor bomen, dus ontstonden er steppen met grote populaties grazers (wisent/bizon, neushoorn, olifant enz.). Maar al vrij snel na de ijstijd werden onze streken bedekt door grote bossen, met weliswaar lokale open gebieden in het bos. Voor grote grazerpopulaties was er geen plaats. Als je "de natuur" helemaal zijn gang laat gaan krijg je terug bos, uiteindelijk gemengd loofwoud met vooral beuk en eik. Je mag nog zoveel "natuurlijke" galloways inzetten als je wil, om open gebied te behouden/verkrijgen dienen er steeds beheersingswerken uitgevoerd te worden zoals afmaaien, plaggen of afbranden. Heide, weide, akkers enz. zijn anthropogene landschappen en vooral niet natuurlijk.
|
Tussen de grootste grazers die er vandaag nog in Vlaanderen zijn (ree, everzwijn, bever) en de grazers die jij opsomt zitten er nog wel een heleboel soorten die wel degelijk verdwenen zijn door menselijk toedoen. En de de grootste grazers die we nog (of terug) hebben, worden dan nog eens op veel plaatsen geweerd (wegvangen van bevers) of bestreden (everzwijnen), omdat ze zogezegd schade zouden toebrengen.
Heide, weide en akkers zijn inderdaad anthropogene landschappen, maar daar had ik het dan ook niet over. Gemengd loofwoud is in onze streken inderdaad de climaxvegetatie, maar met voldoende grote grazers zullen er - zoals je zelf opmerkt - altijd open plekken in dat loofwoud zijn en die open plekken zijn voldoende om andere soorten kansen te geven die ze in de bossen die we hier nu hebben niet krijgen. Om van de - door aanplantingen van o.a. invasieve exoten veroorzaakte - beperkte biodiversiteit in onze bossen nog te zwijgen.
|