Citaat:
Oorspronkelijk geplaatst door Jonas Elossov
(Bericht 1766806)
Kijk, je moet ofwel een keuze maken; ofwel democratie, waar het individuele afhankelijk is van de gemeenschap, ofwel liberalisme, waar de gemeenschap afhankelijk is van het recht van de sterkste dat uitgeoefend wordt door één vrij individu.
Ik verkies het eerste omdat het veruit het eerlijkste en rechtvaardigste is. Individuele vrijheid is immers geen absoluut goed en moet zijn grenzen kennen waar zij de belangen van de gemeenschap raakt. Het belang van 100 mensen weegt immers logischerwijs zwaarder door dan van 1 persoon.
In onze maatschappij is dat niet het geval; als die ene persoon rijk is en de overige 100 zijn slechts gewone werknemers of werklozen, dan zal het belang en de wil van die ene rijke overheersen op het belang van de gemeenschap, die 100 anderen dus.
|
Liberalisme en democratie zijn wat mij betreft compatibeler dan collectivisering van productiemiddelen en democratie, maar goed, daar zullen we het wel nooit over eens raken.
Waarmee ik wil zeggen dat de afruil die jij ziet, volgens mij niet bestaat. Individuen moeten niet allemaal onderworpen worden aan het collectieve om vrede en rechtvaardigheid enzoverder te krijgen; integendeel, net door hen maximale vrijheid te geven - wat volgens mij het best kan gegarandeerd worden in een minimale rechtsstaat, mét directe democratie - kan er een situatie bekomen worden waarbij iedereen de grootst mogelijke vrijheid heeft.
Je gaat er nogal snel van uit dat rijkdom macht impliceert. Dat klopt inzoverre het de omkoping van ambtenaren betreft, maar op de vrije markt geldt het geenszins. Het is voor een werkgever bijvoorbeeld winstgevender producten te maken die een ruim publiek aanspreken, dan zich toe te leggen op luxe-goederen voor de rijke elite. Net zoals de werkgever, ook al is hij rijk, uiteindelijk niet de macht heeft een bepaalde verkoopsprijs op te leggen aan de markt. Hetzelfde geldt trouwens voor de lonen, maar daarover zal je nog minder met mij eens zijn dan over al het voorgaande: in een vrije markt hebben lonen niet de neiging te dalen, integendeel stijgen ze vertraagd in functie van de technologische vooruitgang en de productiviteitsverhoging.
Citaat:
Om trouwens zeer concreet in te gaan op het voorbeeld van dat recht op vrije pers: Jij stelt dat iemand in een collectivistisch systeem voor het recht op vrije pers moet rekenen op de goodwil van de staat, wat mij betreft dus de democratische beslissing van de gemeenschap - Ik spreek hier over echt socialisme en niet over een stalinistisch regime.
Het individuele systeem is echter geen gram rechtvaardiger integendeel: Als er geen collectieve democratische eenheid is die beschikt over de drukpersen, waar zal je dan drukken om je recht op vrije pers uit te oefenen... Dat kan je alleen als je zelf over voldoende drukpersen beschikt om dat recht uit te oefenen.
Daar waar dus in het collectieve systeem de gemeenschap over de zaak beslist, geldt het recht op vrije pers in ons systeem slecht voor een minimaal percentage van de bevolking. Het geldt enkel voor zij die genoeg macht, kapitaal en relaties hebben. Dat is de essentie van het liberale individuele systeem, en die essentie is barbaars.
Daarbovenop komt nog eens dat de beslissende gemeenschap in het collectieve systeem ook gelijkstromende belangen heeft met de gemeenschap en dus ook in overeenstemming met die belangen beslissingen kan en zal nemen, terwijl in het individuele systeem dat ene individu net tegengestelde belangen heeft aan de gemeenschap: hij moet immers zijn positie tegenover de gemeenschap profileren.
|
Ho, daar ga je toch wel losjes over heen vind ik.
Neem nu het voorbeeld van België, een representatieve democratie. In eigen land zou een collectivisering van drukpersen binnen het half jaar gebruikt worden om het Vlaams Belang monddood te maken.
Uiteraard zul je argumenteren dat dit in een directe democratie anders ligt - maar zal dan ook over de concrete aanwending van drukpersen een referendum moeten gehouden worden? En wie garandeert mij dat zelfs in zo'n systeem er niet toevallig "geen papier meer is" voor de folders van het Vlaams Belang? Voor alle duidelijkheid ben ik verre van een VB-militant, het is i.c. een interessant voorbeeld.
Daar komt nog bovenop dat je argumentatie haaks staat op wat de geschiedenis ons leert. Als militant van een arbeiderspartij veronderstel ik wel dat je weet dat arbeiders zich destijds verenigden om De Vooruit uit te geven, net zoals Daens destijds via zijn broer ook een eigen krant uitgaf.
In het verleden, meer zelfs, in een periode met relatief meer economisch liberalisme, zijn arbeiders er blijkbaar wel in geslaagd de drukpersen te laten rollen. Hun lotgenoten in de Sovjetunie, China, ... zijn daar echter niét in geslaagd. Wie kan mij garanderen dat een niet-stalinistisch socialisme bij ons, met directe democratie enzoverder, niet zal ontsporen in bureaucratie en dictatuur? Ik heb alle redenen om ervoor te vrezen als ik zie dat in alle landen met centrale planning zich hetzelfde verhaal afspeelde: onderdrukking.
Andermaal ken je teveel macht toe aan "de kapitalist". Voor de VS heeft Levitt overigens aangetoond dat grotere verkiezingsbudgetten niet tot betere resultaten leiden; dit is uiteraard niet precies vergelijkbaar met wat we hier bespreken maar het heeft er onrechtstreeks wel mee te maken.
Citaat:
Het ene en het andere is in een geplande economie niet aan elkaar gekoppeld, want de geproduceerde waarde in in eerste instantie collectief bezit. De mijnwerkers zijn dus niet onmiddelijk afhankelijk van de prijs van het geproduceerde steenkool. Daar kan democratisch over beslist worden, door henzelf en de gemeenschap; dat is de essentie van wat socialisten verstaan onder arbeidersdemocratie, dewelke afwezig was onder het stalinisme.
|
Dat is inderdaad de kern van de redenering. Een vrije markt - dat zal zelfs een marxist niet ontkennen, hoop ik? - heeft als kenmerk dat hogere prijzen de vraag doen afnemen.
In het geval van de mijn: meer moeite moeten doen om steenkool op te graven, leidt tot hogere looneisen bij de mijnwerkers. Deze hogere looneisen vertalen zich in hogere kosten voor de mijnexploitant; deze kosten worden doorgerekend in de verkoopsprijs (we veronderstellen voor de eenvoud een monopolist; ook bij concurrentie geldt de redenering echter, als we veronderstellen dat alle ondernemers met dezelfde kostenstijging geconfronteerd worden). Het gevolg van deze hogere prijs is nu een afname in de vraag naar steenkool en op lange termijn een overschakeling naar andere energiebronnen.
Kort samengevat: in dit voorbeeldje werd steenkool moeilijker vindbaar. Het gevolg was dat op lange termijn de economie overschakelde van steenkool op iets anders.
Hét grote verschil met een geplande economie - het weze stalinistisch of een arbeidersdemocratie - is nu, dat er geen enkele ambtenaar, geen enkel comité, rapport, bevel aan te pas kwam. Door de werking van het prijssysteem paste de economie zich aan aan de schaarste.
Dit is de fundamentele werking van het marktmechanisme: het prijssysteem brengt vraag en aanbod in evenwicht en zorgt op lange termijn voor wat we een 'rationele', een efficiënte aanwending van de productiefactoren kunnen noemen.
Het probleem is nu: als we al veronderstellen dat de arbeiders in de vergaderingen de juiste beslissingen nemen (het in evenwicht brengen van vraag en aanbod is geen sinecure), als we al veronderstellen dat arbeiders perfecte informatie hebben (de rational expectations-theorie, zowaar) dan moeten al deze beslissingen nog steeds genomen worden. Dat vereist allicht overleg, dat kost vooral tijd, en er zijn (naar ik mag hopen?) verslagen, rapporten... voor nodig.
Ik zal concreter worden: net zoals in de vrije markt wordt steenkool schaarser. We moeten dieper graven, meer energie gebruiken enzoverder om dezelfde hoeveelheid op te delven. Dat betekent dat het overheidsbedrijf eerst moet vragen om nieuwe machines. Dat is een aanvraag die moet goedgekeurd worden door de arbeiders, want ook in de socialistische economie zal het aanbod aan machines niet onbeperkt groot zijn. De bereidheid tot werken van de mijnwerkers is echter gedaald. Zij vragen in de arbeidersvergadering om meer loon te krijgen. Ook dat is weer een aanvraag die moet goedgekeurd worden; en ook hier weer geldt dat er geen hoorn des overvloeds is. Er zal weer een debat volgen, want andere sectoren willen misschien ook een loonsverhoging, of andere sectoren kunnen hun productiviteit niet voldoende verhogen om de loonsverhoging te betalen. Intussen is de prijs van steenkool - en dus de vraag van de gezinnen en ondernemingen - niet gewijzigd. De uitbaters van de mijn vragen om de prijs van steenkool te mogen verhogen, of sturen aan op een campagne om het gebruik van steenkool in te perken. Ook hier weer moet er een publiek debat volgen: is het wel ethisch verantwoord om steenkool duurder te maken? Is verwarming geen basisrecht?
Goed, inmiddels is er een tekort aan steenkool, een hogere prijs, maar nog geen alternatief. Nu is het wachten op een oplettende burger die in de vergadering een voorstel indient om een commissie aan te duiden die moet onderzoeken welke andere energiebronnen interessant kunnen zijn. Er moeten dus ingenieurs in die commissie gestopt worden, ze moeten een budget krijgen, ze moeten onderzoeken kunnen verrichten. De ingenieurs moeten bestuderen welke alternatieve energiebron het best is - maar aangezien prijzen in deze onbetrouwbaar zijn, zal hun studie veel langer duren dan in een marktsysteem. Het volstaat voor een energiemaatschappij om te weten of een project winstgevend wordt; voor de planeconomie moet men echter concreet becijferen hoeveel werknemers er zullen nodig zijn, hoeveel machines, welke machines, enzoverder; de commissie kan dus zélf geen oordeel vellen maar zal aan de vergadering moeten vragen of ze bereid is zoveel machines, zoveel werknemers... vrij te maken voor het project. Er moet dan opnieuw een debat komen, want waar zullen we die werknemers en die machines halen? Is het wel de moeite waard? Enzoverder.
Inmiddels worden alle bedrijven met een probleem geconfronteerd: zij moeten onverwachts overschakelen van steenkool op pakweg diesel. Dat betekent een zondvloed aan aanvragen bij de vergadering om de fabriek over te schakelen van steenkool op diesel. Hetzelfde geldt voor alle gezinnen die nu van steenkoolkacheltjes op mazout moeten overschakelen. Er moeten mazouttanks geproduceerd worden, er moeten tankwagens gemaakt worden, enzoverder.
Inmiddels zijn we reeds tientallen vergaderingen, stemrondes, commissies en rapporten verder.
Vandaar dat het me ook utopisch lijkt te beweren dat een niet-bureaucratische centrale planning mogelijk is. Hoe kan men alle aanvragen van ondernemingen, ... bij de vergadering bundelen? Hoe kan men controleren welke nood het hoogst is? Hoe kan men weten welke de beschikbare middelen zijn? Dat vereist een administratie.
Citaat:
Jij gaat er dus vanuit dat de enige drijfveer van het individu de winstmaximalisatie is... Dat is wel de meest ver gevorderde indoctrinatie door kapitalistische logica die er bestaan.
|
Ach, welneen. Maar het is aannemelijk dat een onderneming, uit op winstmaximalisatie, experimenteert en innoveert en zo een nieuwe, efficiëntere energiebron ontdekt, dan te moeten veronderstellen dat op een of andere manier mensen louter uit interesse die problemen zullen opgelost krijgen.
Wat de drijfveer van het individu is, is overigens een interessante filosofische vraag; in zekere zin zou je toch kunnen stellen dat alle handelingen 'winstmaximaliserend' zijn, maar dan niet in de economische betekenis, maar in de 'subjectieve' zin: iedereen streeft ernaar om met zijn handelingen zijn situatie te verbeteren. Dat kan bloemschikken, geld verdienen of boeken lezen zijn; maar het doel van elke bewuste handeling is een verhoging van het individuele geluk. Maar bon, dit is nogal irrelevant in deze.
Innovatie kan best gedijen in een concurrentiële omgeving. Ondernemingen spenderen geld aan Research and Development in de hoop een product te vinden dat hen geld kan opleveren, om zo de concurrentie te vlug af te zijn. Indien een nieuw product de behoeftes van de consument goed bevredigt valt er op die manier veel geld te verdienen, en dus heeft de onderneming er alle belang bij om aan innovatie te doen. Zij zal haar onderzoekers dan ook motiveren middels hoge lonen, winstdeelnames... om dié dingen te onderzoeken waar toekomst in zit.
Als de onderneming merkt dat de steenkoolprijs aan het stijgen gaat, kan ze bv. speculeren dat er een schaarste zal optreden. Ze begint te onderzoeken of er goedkopere energiebronnen denkbaar zijn, ze ontwikkelt deze en brengt ze op de markt.
Het marktmechanisme beloont innovatie en stimuleert dus onderzoek en ontwikkeling.
Ik veronderstel niet dat individuen alleen aan winstmaximalisatie denken; maar innovatie is hoofdzakelijk iets wat zich afspeelt binnen het kader van de onderneming, en ondernemingen denken weldegelijk aan winstmaximalisatie. Volgens mij is die winstmaximalisatie positief voor de innovatie, zodat een economie zonder winst ook een probleem zal kennen om innovatie te stimuleren.