![]() |
Wie van jullie doet dit wat?
|
niemand zeker :roll:
|
Citaat:
|
Citaat:
|
Citaat:
Maar hey... Leve Nederland! |
Het doet me niks. Groot-Nederland tot daar toe, maar niet te sentimenteel voor mij.
|
Het doet me helemaal niks...
|
Citaat:
|
Citaat:
|
Citaat:
|
Dit doet me vooral denken aan een kennis van me die opgeroepen was om voor het Spaanse nationale team te gaan spelen en dat weigerde omdat ze het niet zag zitten om het Spaanse shirt aan te trekken en nog minder om aan het Spaanse volkslied gelinkt te worden.
|
Maar meestal schaam ik me kapot voor die Oranje-supporters.
http://www.youtube.com/watch?v=sLCRAkrVqQA hehehe |
Filips van Marnix, heer van Sint-Aldegonde (Brussel, tussen 7 maart en 20 juli 1540 – Leiden, 15 december 1598) was een Zuid-Nederlands schrijver, politicus, geleerde en assistent van Willem van Oranje. In het Frans luidde zijn naam Philippe de Marnix, seigneur de Sainte-Aldegonde.
Marnix is tegenwoordig vooral bekend als auteur van het "Wilhelmus", het Nederlandse volkslied. Of hij daadwerkelijk de schrijver is, staat echter allerminst vast. Wellicht is het aan hem toegeschreven omdat hij schrijver was en voor Willem van Oranje werkte in de tijd dat het "Wilhelmus" is ontstaan. Wilhelmus van Nassouwe Ben ick van Duytschen Bloedt, Den Vaderland ghetrouwe Blijf ick tot inden doet; Een Prince van Orangien Ben ick vry onverveert. Den Coninck van Hispangien Heb ick altijt gheeert. In Godes vrees te leven Heb ick altijt betracht, Daerom ben ick verdreven Om Land, om Luyd ghebracht: Maer Godt sal my regeren Als een goet Instrument, Dat ick sal wederkeeren In mijnen Regiment. Lijdt U, mijn Ondersaten, Die oprecht zijn van aert, Godt sal u niet verlaten Al zijt ghy nu beswaert: Die vroom begheert te leven, Bidt Godt nacht ende dach. Dat Hy my cracht wil gheven Dat ick u helpen mach. Lijf ende goed al te samen Heb ick u niet verschoont, Mijn Broeders, hooch van Namen, Hebbent u oock vertoont: Graef Adolff is ghebleven, In Vrieslandt in den Slach, Sijn siel int eewich leven Verwacht den jonghsten dach. Edel en Hooch gheboren Van Keyserlicken stam: Een Vorst des Rijcks vercoren, Als een vroom Christen-man, Voor Godes Woort ghepreesen, Heb ick vrij onversaecht, Als een helt zonder vreesen Mijn edel bloet gewaecht. Mijn schilt ende betrouwen Zijt ghy, O Godt, mijn Heer. Op U soo wil ick bouwen, Verlaet my nimmermeer; Dat ick doch vroom mag blijven U dienaer t'aller stond Die tyranny verdrijven, Die my mijn hert doorwondt. Val al die my beswaren, End mijn vervolghers zijn, Mijn Godt wilt doch bewaren Den trouwen dienaer dijn: Dat sy my niet verasschen In haeren boosen moet, Haer handen niet en wasschen In mijn onschuldich bloet. Als David moeste vluchten Voor Saul den tyran: Soo heb ick moeten suchten Met menich edelman: Maer Godt heeft hem verheven, Verlost uit alder noot, Een Coninckrijck ghegheven In Israël, seer groot. Na tsuer sal ick ontfanghen Van Godt, mijn Heer, dat soet, Daer na so doet verlanghen Mijn vorstelick ghemoet, Dat is, dat ick mag sterven Met eeren, in dat velt, Een eeuwich rijk verwerven Als een ghetrouwe helt. Niets doet my meer erbarmen In mijnen wederspoet, Dan dat men siet verarmen Des Conincks landen goet, Dat ud de Spaengiaerts crencken, O edel Neerlandt soet, Als ick daeraen ghedencke, Mijn edel hert dat bloet. Als een Prins opgheseten Met mijnes heyres cracht, Van den tyran vermeten Heb ick den slach verwacht, Die, by Maestricht begraven, Bevreesde mijn ghewelt; Mijn ruyters sach men draven Seer moedich door dat velt. Soo het den wil des Heeren Op die tijt had gheweest, Had ick geern willen keeren Van u dit swaer tempeest: Maer de Heer van hier boven Die alle dinck regeert, Die men altijt moet loven, En heeftet niet begeert. Seer christlick was ghedreven Mijn princelick ghemoet, Stantvastich is ghebleven Mijn hert in teghenspoet, Den Heer heb ick ghebeden Van mijnes herten gront, Dat Hy mijn saeck wil reden, Mijn onschult doen oircont. Oorlof mijn arme schapen, Die zijt in grooten noot. U Herder sal niet slapen, Al zijt ghy nu verstroit: Tot Godt wilt u begheven, Sijn heylsaem woort neemt aen, Als vrome Christen leven, Tsal hier haest zijn ghedaen. Voor Godt wil ick belijden End sijner grooter macht, Dat ick tot gheenen tijden Den Coninck heb veracht: Dan dat ick Godt den Heere, Der hoochster Majesteyt, Heb moeten obedieren, In der gherechticheyt. |
Citaat:
Ja, Filips van Marnix was een geboren brusselaar en van franstalige adel. En dan komt men vragen aan de Vlamingen wat het hen doet,om Nederlanders een door een franstalige Brusselaar geschreven lied te horen zingen. Wel het bezorgd veel Vlamingen nekharen die rechtop gaan staan. |
Kan iemand kort beschrijven wat deze video toont?
Ik word niet graag verrast. Een kleine hint zou welkom zijn. |
Citaat:
in een voetbalstadion. |
Citaat:
|
Citaat:
|
Ik vind elk volkslied dat meegezongen wordt door meer dan 1000 mensen al om kippenvel van te krijgen.
In België kom je zoiets namelijk niet tegen. Citaat:
Nederland wint ook eens een wedstrijd op het WK, dat is uniek :-) |
Citaat:
Hmm , mss hebben die paar jupilers er ook iets mee te maken? |
| Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 14:51. |
Forumsoftware: vBulletin®
Copyright ©2000 - 2026, Jelsoft Enterprises Ltd.
Content copyright ©2002 - 2020, Politics.be