Vorige week had ik een ontmoeting met europarlementariër Andrew Duff. Hij besprak zijn pamflet
Constitution Plus, renegociating the treaty, waarin hij een aantal interessante observaties maakt.
De belangrijkste observatie is dat een verdrag veranderbaar moet zijn.
Deze observatie heeft groene flamingant ook al gemaakt.
Citaat:
Oorspronkelijk geplaatst door groene flamingant
(Bericht 2568328)
Heel dat gedoe over die grondwet komt eigenlijk op één ding neer: Europa moet weten wat het wil. Wil men een grondwet of wil men een verdrag over een economische beleid?
De grote fout die men gemaakt heeft, is dat men grondwet én verdrag in één tekst heeft willen gieten: een 'grondwettelijk verdrag'. Zoiets is gewoon absurd en kan nooit werken. Immers:
- Een grondwet bevat een aantal basiswaarden, die voor lange tijd geldig blijven. Daarom stel je een grondwet zó op dat ze vooral niet al te gemakkelijk kan gewijzigd worden.
- Een economisch verdrag is iets totaal anders: Een economisch verdrag gaat over een economisch beleid dat men gedurende een bepaalde periode wil voeren. Een economisch beleid dat vandaag positief is, is dat niet noodzakelijk nog binnen 30 jaar. Daarom moet het mogelijk zijn een verdrag binnen x aantal jaren in zijn totaal te herbekijken.
De hier bovenstaande tegenstelling, tussen een grondwet en een economisch verdrag, heeft men op Europees niveau totaal over het hoofd gezien. Daarom was het onvermijdelijk dat heel de discussie over het 'grondwettelijk verdrag' wel in mineur moest eindigen.
|
Een verdrag kan niet een wet van Meden en Perzen zijn. Nieuwe ontwikkelingen dienen zich aan en een verdrag moet daarop ofwel vernieuwd of vervangen worden. Daar zitten problemen voor de ontwerpgrondwet. Het is een verdienste van vooral links Frankrijk, dat erop heeft gewezen dat het een omvangrijk stuk en moeilijk te veranderen is. Met 27 landen is het bijzonder moeilijk unanimiteit te bereiken. Hij geeft een aantal voorbeelden waar het verdrag nu al veranderd zou moeten worden (vandaar in zijn titel: renegociating), waarvan ik er hier een paar aanhaal:
Artikel III-119 stelt: ‘
Bij de bepaling en de uitvoering van ieder beleid en optreden bedoeld in dit deel moeten de eisen inzake milieubescherming worden geïntegreerd, teneinde in het bijzonder duurzame ontwikkeling te bevorderen.’ Er zou aan moeten worden toegevoegd in het kader van de top over klimaatverandering: ‘
en om klimaatverandering te bestrijden’.
Artikel III-177 luidt: ‘
Voor de toepassing van artikel I-3 omvat het optreden van de lidstaten en de Unie, onder de bij de Grondwet bepaalde voorwaarden, de invoering van een economisch beleid dat gebaseerd is op nauwe coördinatie van het economisch beleid van de lidstaten, de interne markt en de bepaling van gemeenschappelijke doelstellingen, en dat wordt gevoerd met eerbieding van het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging.’ Het zou kunnen worden voorafgegaan door: ‘
Het economische en monetaire beleid zal ten doel hebben het groei potentieel te verhogen en gezonde budgettaire voorwaarden te verzekeren.' Het laatste deel van de zin: ‘
en dat wordt gevoerd met eerbiediging van het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging’, zou hij willen vervangen door: ‘
en dat wordt gevoerd met eerbiediging van de beginselen van duurzame ontwikkeling en een competitieve, sociale en ecologische markteconomie.’ Hier worden duidelijk meer belangrijke principes aangehangen dan alleen de vrije markteconomie.
Het is hier niet doenlijk om alle voorbeelden te geven; het dient slechts ter illustratie van mogelijke verbeteringen.
Om het probleem van toekomstige veranderingen te kunnen tackelen stelt Duff voor om een besluit tot amenderen te vergemakkelijken van unanimiteit tot een besluit, waarmee 4/5 van de landen die minimaal 2/3 van de totale bevolking van de EU vertegenwoordigen, kunnen instemmen. De formule van 4/5 van de landen is vergelijkbaar, maar zwaarder, dan vereist is in organen als de Verenigde Naties, waar 2/3 van de leden + alle leden van de Veiligheidsraad moeten instemmen om het VN-handvest te wijzigen. In de Verenigde Staten van Amerika kunnen wijzigingen in de Grondwet plaatsvinden nadat 3/4 van de staten instemt. Hij betreurt het dat een procedure zoals artikel 95 van de EGKS, waarin kleine veranderingen van het verdrag konden worden doorgevoerd mits ze werden goedgekeurd door het Hof van Justitie, als 3/4 van de stemmen van het EP en 2/3 van de lidstaten accordeerde, niet meer bestaat.
Als je deze ideeën overdenkt dan zou je kunnen denken dat Duff op de lijn zou kunnen zitten van een mini-verdrag, waar de essentiële moeilijk te veranderen grondprincipes in worden genoemd. Daarnaast bestaat er de rest van het verdrag, waar amendementen niet alleen mogelijk maar periodiek zelfs noodzakelijk zijn. Toch pleit hij voor eenheid in het verdrag. Het is niet duidelijk geworden wat zijn bezwaren zijn tegen opsplitsing in een deel grondprincipes en een deel uitwerkingen. Zo’n opsplitsing komt ook tegemoet aan de uitslagen van de referenda in Nederland en Frankrijk. Uit onderzoek blijkt dat een meerderheid niet tegen de EU is, maar dat er wel bezwaar bestaat tegen de ontwerpgrondwet. Als slechts over een basaal mini-verdrag overeenstemming wordt bereikt, dan wordt voldaan aan de wens van de bevolking tot wijziging van de ontwerpgrondwet en kan de rest van de ontwerpgrondwet door nationale parlementen worden afgehandeld.
Over een belangrijk issue, het handvest, deel II van de ontwerpgrondwet, had Duff ook een interessante mening. Het handvest is duidelijk een essentieel element, dat de belangrijkste rechten formuleert die gelden in de EU. Maar volgens Duff hoeft het handvest niet een onderdeel van een grondwet te zijn. De vergelijkbare ‘Bill of Rights’ in de VS is evenmin onderdeel van de grondwet. Juist de aparte status ervan maakt dat deze ‘Bill of Rights’ nog geprononceerder naar voren komt.