Los bericht bekijken
Oud 4 mei 2005, 07:14   #4
puud
Parlementslid
 
Geregistreerd: 2 april 2005
Berichten: 1.545
Standaard

Een dreigende en autoritaire Christus

[Matthias 10,34] Denk niet dat Ik op aarde vrede ben komen brengen. Ik ben geen vrede komen brengen, maar een zwaard.

[Matthias 10,35] Want Ik ben gekomen om een wig te drijven tussen zoon en vader, tussen dochter en moeder, tussen schoondochter en schoonmoeder;[Matthias 10,36] ja, huisgenoten worden vijanden.

[Matthias 10,37] Wie meer houdt van zijn vader of moeder dan van Mij, is Mij niet waard. Wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van Mij, is Mij niet waard

[Matthias 13,40] Zoals het onkruid bijeengebonden wordt en in het vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld:

[Matthias 18,34] En zijn heer werd zo kwaad, dat hij hem overleverde aan de beulen, totdat hij heel zijn schuld zou hebben terugbetaald. [Matthias 18,35] Zo zal ook mijn hemelse Vader met jullie doen, als niet ieder van jullie zijn broeder van ganser harte vergeeft.’

[Matthias 21,12] Jezus ging de tempel binnen, joeg alle mensen weg die daar kochten en verkochten, en gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers om.

[Matthias 22,1] Opnieuw sprak Jezus tot hen in gelijkenissen: [Matthias 22,2] ‘Met het koninkrijk der hemelen gaat het als met een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. [Matthias 22,13] Toen zei de koning tegen de dienaren: “Bind hem aan handen en voeten en werp hem in de uiterste duisternis.” Het zal daar een gejammer zijn en een tandengeknars.

[Matthias 24,15] Wanneer je de huiveringwekkende gruwel, waarover gesproken is bij monde van de profeet Daniël, op de heilige plaats ziet staan,’ – let op, lezer – [Matthias 24,16] ‘dan moeten de inwoners van Judea de bergen invluchten. [Matthias 24,17] Wie op het dak is, moet niet naar beneden komen om nog dingen uit zijn huis te halen, [Matthias 24,18] en wie op het land is, moet niet teruggaan om zijn jas te halen. [Matthias 24,19] Wee de vrouwen die dan zwanger zijn of een kind aan de borst hebben in die dagen! [Matthias 24,20] Bid dat jullie vlucht niet plaatsvindt in de winter of op sabbat. [Matthias 24,21] Want het zal dan een grote verschrikking zijn, zoals er vanaf het begin van de wereld tot nu toe nog niet geweest is en er ook niet meer zal komen. [Matthias 24,22] Als die dagen niet ingekort zouden worden, zou niemand gered worden. Omwille van de uitverkorenen zullen die dagen ingekort worden. [Matthias 24,23] Als iemand dan tegen jullie zegt: “Kijk, hier is de Messias”, of: “Daar”, vertrouw het niet. [Matthias 24,24] Want er zullen valse messiassen en valse profeten opstaan, en ze zullen grote tekenen en wonderen laten zien om, als het mogelijk zou zijn, zelfs de uitverkorenen op een dwaalspoor te brengen. [Matthias 24,25] Kijk, Ik heb het jullie van tevoren gezegd

[Lucas 9,59] Tegen een ander zei Hij: ‘Volg Me.’ Die zei Hem: ‘Heer, sta me toe eerst mijn vader te gaan begraven.’ [Lucas 9,60] Maar Hij zei hem: ‘Laat de doden hun doden begraven; u moet het koninkrijk van God gaan verkondigen

[Lucas 12,51] Denken jullie dat Ik ben gekomen om vrede te brengen op aarde? Nee, zeg Ik jullie, eerder verdeeldheid. [Lucas 12,52] Vanaf nu zullen vijf mensen in één huis verdeeld zijn, drie tegen twee, en twee tegen drie: [Lucas 12,53] vader tegen zoon, en zoon tegen vader; moeder tegen dochter, en dochter tegen moeder; schoonmoeder tegen schoondochter, en schoondochter tegen schoonmoeder

[Lucas 17,28] Of zoals het ging in de dagen van Lot; ze aten en dronken, kochten en verkochten, plantten en bouwden; [Lucas 17,29] maar op de dag dat Lot uit Sodom vertrok, regende het vuur en zwavel uit de hemel, die allen verdelgden. [Lucas 17,30] Net zo zal het zijn op de dag dat de Mensenzoon zich zal openbaren.

[Lucas 19,27] En breng me nu die vijanden hier die mij niet als koning wilden, en steek hen voor mijn ogen neer!” ’


[Marcus 3,29] Maar wie de heilige Geest lastert, krijgt in eeuwigheid geen vergeving, maar is schuldig aan een eeuwige zonde.’

[Marcus, 11,15] Ze kwamen in Jeruzalem aan. Hij ging de tempel binnen en begon de mensen die daar kochten en verkochten weg te jagen; de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers gooide Hij om,

[Johannes 2,15] Hij knoopte touwen aaneen tot een zweep en joeg ze allemaal de tempel uit, schapen en runderen erbij. De tafels van de wisselaars gooide Hij met geld en al omver.

[Johannes 3,18] Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; maar wie niet gelooft is al veroordeeld, omdat Hij niet geloofd heeft in de naam van de eniggeboren Zoon van God.

[Johannes 15,6Wie niet met Mij verbonden blijft, wordt weggegooid als een wijnrank: ze verdorren, men haalt ze bijeen en gooit ze in het vuur, waar ze verbranden.

Laatst gewijzigd door puud : 4 mei 2005 om 07:15.
puud is offline   Met citaat antwoorden