Los bericht bekijken
Oud 25 juni 2006, 14:29   #3
Pelgrim
Secretaris-Generaal VN
 
Pelgrim's schermafbeelding
 
Geregistreerd: 30 april 2002
Locatie: Bankrijk
Berichten: 49.945
Standaard

Citaat:
Veronderstel twee goederen, nl. appels en bananen, en twee personen, A en B. Persoon A kweekt appels, persoon B kweekt bananen. Nu is het zo dat persoon A nogal wat appels eet, en zo nu en dan ook wel eens iets anders wil, laat ons zeggen bananen. Vice versa voor persoon B, die tussen de bananen door wel eens een appel wil eten.

Ruil is hier de aangewezen optie, uiteraard. A en B zullen nu onderhandelen over een juiste ruilvoet, dwz. over de hoeveelheid appelen en de overeenkomstige hoeveelheid bananen die zullen worden uitgewisseld.
Bij een ruilvoet van vijf appelen per banaan zal A allicht menen dat dit wel een grote opoffering in termen van appelen eist. Hij zal niet bereid zijn om veel bananen te vragen, omdat hij zeer veel appels moet opofferen. B daarentegen kan veel appelen krijgen per banaan en zal dus graag een redelijk grote hoeveelheid bananen opofferen. Er is met andere woorden een kleine vraag naar bananen en een groot aanbod; daartegenover staat een grote vraag naar appels en een klein aanbod.
Bij een ruilvoet van vijf bananen per appel krijgen we net de tegenovergestelde situatie.
A en B zullen door te onderhandelen komen tot een ruilvoet waartegen ze bereid zijn om dezelfde hoeveelheden appelen en bananen over te dragen aan elkaar.

Als we nu de analyse uitbreiden tot meerdere personen, jazelfs meerdere markten, en we introduceren geld, dan verandert er niets aan de vaststellingen.

Bij een hoge prijs (een prijs is in wezen slechts een ruilvoet) zal er een groot aanbod bestaan en een kleine vraag. Omgekeerd leidt een lage prijs tot een laag aanbod en een hoge vraag.
bij mijn weten hebben Marxisten dit nooit ontkent?
Wat echter wel een probleem is, is het feit dat
1) door kapitaalsaccumulatie monopolies kunnen ontstaan die de wet van vraag en aanbod opheffen en
2) Degenen die geen geld hebben, per definitie niet kunnen wegen op dit prijsmechanisme.

Citaat:
Bij een prijs die te laag is, zullen meerdere vragers dus bieden op het product. Zij zullen elkaars bod willen overtreffen, zodat sommigen afzien van de transactie. Hoe hoger er geboden wordt, hoe meer mensen bereid zijn om de gevraagde goederen aan te bieden. De gevraagde en aangeboden hoeveelheden veranderen dus, en ‘groeien naar elkaar toe’: er zal een prijs bereikt worden waarbij gevraagde en aangeboden hoeveelheden aan elkaar gelijk zijn.
dat is dus allemaal in de hypothetische en volstrekt irreële veronderstelling dat alle mensen actief kunnen deelnemen aan dit prijsmechanisme. Zij die in de marginaliteit zitten kunnen daar echter niet aan deelnemen, want zij hebben geen geld om überhaupt een bod te kunnen doen.

Citaat:
Bij een prijs die te hoog is, worden er weinig kopers gevonden voor de aangeboden producten. Verkopers blijven zitten met onverkochte goederen en verlagen hun prijzen; hierdoor stijgt echter de gevraagde hoeveelheid goederen. Ook hier groeien gevraagde en aangeboden hoeveelheid naar elkaar toe, tot er een evenwicht bereikt wordt.

De ‘onzichtbare hand’ bestaat er hier in, dat (zeker op lange termijn) de gevraagde en aangeboden hoeveelheden aan elkaar gelijk zijn, en dit zonder centrale planner die beslist hoeveel er mag geconsumeerd of geproduceerd worden.
Dat is onmogelijk, want dankzij de loonarbeid wordt er sowieso meer geproduceerd dan de producenten kunnen consumeren. Wat de arbeidende loontrekkers immers voortbrengen is meer dan waar ze voor betaald worden, dus zij kunnen onmogelijk die volledige voorraad terug opkopen. Deze theorie is enkel correct als er wordt uitgegaan dat iedere producent zelfstandig is, met andere woorden zelf volledig de opbengst van de geproduceerde goederen krijgt. In een loonarbeidmodel is dat niet het geval, en de zelfstandige klasse is veel te klein om het overschot dat niet door de loonarbeiders kan geconsumeerd worden voor zich te nemen.

Citaat:
Door de werking van het prijsmechanisme zijn vraag en aanbod uiteindelijk in balans. Er kunnen in het evenwicht honderden ondernemingen zijn die het product aanbieden, en duizenden consumenten die het product afnemen.
maar de afname zal nooit even groot zijn als het aanbod, want de afnemers hebben een deel van hun geld moeten afstaan aan het patronaat.

Citaat:
De consument hoeft niet te weten hoeveel de productiecapaciteit van de onderneming bedraagt. De producent hoeft niet te weten hoeveel de consumenten willen. Het prijsmechanisme coördineert in dit simpele voorbeeld de acties van producenten en consumenten.

Voor een externe waarnemer lijkt het inderdaad alsof er een ‘onzichtbare’ centrale planner aan het werk was, die de vraag en het aanbod perfect op elkaar kon afstemmen. Deze centrale planner bestaat niet, het is het prijsmechanisme dat zorgde voor ‘market clearance’.
De onzichtbare hand is blijkbaar gehandicapt.
__________________
pri via opinio, ne prelegu.
pri alies opinioj, nepre legu!
Pelgrim is offline   Met citaat antwoorden