Citaat:
Convinced that, while remaining proud of their own national identities and
history, the peoples of Europe are determined to transcend their ancient
divisions, and, united ever more closely, to forge a common destiny,
|
Vanwaar haalt de Europese wetgever die overtuiging?
Trots op nationale identiteiten, is geen meetbaar iets.
Hoe kan de wetgever besluiten in welke mate we trots zijn op onze nationale identiteit?
Op welke peiling of bevraging baseert de wetgever zich hier?
Is die wens om nationaliteit te overstijgen (een beetje contradictorisch met nationale trots in mijn ogen) kenbaar gemaakt?
Zoja, wanneer, op welke wijze, aan wie van ons werd dit gevraagd?