Los bericht bekijken
Oud 28 oktober 2003, 07:09   #1
PAJOT
Banneling
 
 
Geregistreerd: 13 juni 2003
Berichten: 6.792
Standaard

De eerste levensvoorwaarde waaraan een etnische volksgroep behoefte heeft, is wel die van een aangepaste ruimte met eigen klimaat.

De ruimte waarin het Vlaamse volk zich eeuwenlang heeft bewogen is, te wijten aan de politieke conjunctuur, uiterst beperkt en werd dan nog herhaaldelijk ingekrompen ten nadele van zijn natuurlijke volkskracht. Het historisch klimaat waaronder we geleefd hebben, heeft vaak schadelijk op onze volksaard ingewerkt. Indien ons ras van huis uit niet zulke onverwoestbare vitaliteit had bezeten, zou het fataal gestikt zijn binnen zijn enge grenzen, ofwel door een vreemde etnie zijn opgeslorpt. Wij blijken nu eenmaal een onuitroeibaar en zelfs onoplosbaar element te zijn, waarmee iedere staatsmacht – hoe autoritair en centraliserend ook, – rekening zal dienen te houden. Ook zullen zij, die hier te lande de wording van een vrije Vlaamse volksgemeenschap bestrijden, best de illusie laten varen dat zij, na deze oorlog, nu eens voorgoed de Vlaamse zelfstandigheidsidee kunnen nekken, of althans haar volle uitgroei verhinderen door het dwangbuis van een autoritaire eenheidsstaat. En overigens mag de hele wereld weten, dat de taaie, keikoppige Vlamingen, eventueel goede en trouwe vrienden zijn, maar slechte en onbetrouwbare knechten.

Wij willen beslist onszelf zijn, omdat het de drang is van onze onverwoestbare wezensaard, de drift van ons rijke bloed, het postulaat voor een weelderige Dietse wezensbloei, waaraan ook de buurvolken zich, morgen zoals in het verleden, kunnen verlustigen.

Om onszelf te kunnen zijn, behoeven we een eigen Vlaamse levensruimte, met eigen Vlaamse atmosfeer.

Waar het Dietse volk deze levensvoorwaarden verwezenlijkte, – zij het dan ook niet ten volle, – in de tijdspanne tussen de dertiende en de zeventiende eeuw, ontplooide het zijn wezensaard in een stralende culturele bloei. Wanneer echter van lieverlede onze levensruimte op eigen bodem werd beperkt door overmachtige indringers, en onze atmosfeer werd vergiftigd door wezensvreemde invloeden, is onze volkskracht gaan verslensen lijk een plant, die van haar passende ruimte en van het natuureigen klimaat wordt beroofd.

Onze historische Vlaamse Beweging is niets anders geweest dan het moeizaam stage streven van een kerngezond volk, dat niet sterven kan, niet sterven wil, maar een eigen Vlaamse atmosfeer, om toch eindelijk zichzelf te worden en uit te groeien tot een zelfstandige, vruchtbare volksgemeenschap.

In die richting ijverden – hetzij naar de Belgicistische formule, hetzij naar de radicaal nationale opvatting, – de volksgetrouwen onder de aanhangers onzer vooroorlogse Vlaamse partijgroeperingen. En het opzet van hen die droomden van een Groot-Nederland of van een restauratie van de Bourgondische Staat, was vooral geïnspireerd door de bekommernis om aan het Vlaamse volk een natuurlijk-vruchtbare, tevens waardige voedingsbodem onder eigen lucht te schenken.

Andermaal heeft de eeuwige spelbreker, de oorlog, alle concrete plannen en mooie dromen vergruizeld. Doch de Vlaamse zelfstandigheidsidee blijft gaaf en levendig, ofschoon wij niet weten onder welke vorm en binnen welk levenskader zij in de toekomst zal worden belichaamd.

Voor wie de politieke geschiedenis van West-Europa verstaat, wordt het duidelijk dat het kleine Vlaanderen niet eigenmachtig over zijn politieke lotsbestemming kan beslissen, – al geeft men nog zo hoog op van het zelfbestemmingsrecht der volkeren. De ervaring uit twee wereldoorlogen opgedaan, heeft ons geleerd, dat het “sacro-egoïsme” der grootmachten de belangen van de kleine naties aan de eigen belangen ondergeschikt maakt. Bovendien laat de op til zijnde politieke en economische structuur van ons werelddeel vermoeden, dat de zwakkere staten stevig in de belangensfeer der grootmogendheden zullen worden ingeschakeld.

Welk echter ook het statuut mag zijn dat ons wordt toebedeeld, wij eisen onverzettelijk, als historisch gegroeide, specifiek volkskrachtige gemeenschap, onze eigen Vlaamse levensruimte met eigen Vlaamse atmosfeer. Wij eisen de ganse Vlaamse grond onverminkt en de ganse lucht ongeschonden Vlaams.

Die luide eis van de natuurwet, en meer bepaald van onze vrije dynamische volksaard, klinkt niet als een bazuinstoot tot onverzoenlijke strijd. Wij zijn weliswaar een ras van vechtende poorters, doch wij vochten steeds om te winnen wat was recht. Imperialistische bedoelingen zijn ons vreemd : wij staan op ons recht, maar gunnen hun volle recht aan anderen. Wij zijn een vreedzaam volk, dat rustig op eigen erf wil arbeiden aan zelfvoltooiing, doch tevens geestdriftig bereid is om, in vriendschap, met naburige etnische volksgroepen, samen te werken aan de pacificatie en de wederopbouw van de Westerse volkenfamilie.

Geenszins wensen we ons rechtstreeks of langs omwegen met de aangelegenheden van anderen in te laten, maar we verdragen ook niet langer, dat volksvreemden zich met ons huishouden bemoeien of door heimelijke sabotage een kunstmatige volksgespletenheid te onzent in de hand werken. Wij koesteren hoegenaamd niet de loense hoop, dat onze geëxporteerde overtollige volkskracht elders een Vlaamse irredenta zou scheppen, met het oog op latere aanspraken : wie van ons uitwijken, dienen zich bij hun nieuwe gemeenschap aan te passen. Maar wij dulden evenmin, dat er binnen ons gebied cultuureilandjes zouden voortbestaan en broeien, als haarden die onze volksgezondheid in gevaar brengen.

Eerst wanneer wij in het soevereine bezit zijn van de integrale historisch-Vlaamse grond, wanneer wij de vrije, zuivere Vlaamse lucht over al onze gouwen inademen, – dan eerst kan de stoere arbeid gedijen die het moderne Vlaanderen moet omscheppen tot de oude, wezenstrouwe, volksverbonden, krachtige gemeenschap, en meteen tot een fier lichtende natie in het Nieuwe Europa. (Paul Drieskens)
PAJOT is offline   Met citaat antwoorden