De Sector Levenseinde (een kort essay)
[FONT=Arial][SIZE=3]De sector 'Levenseinde' (een kort essay)
Een zestal weken geleden werd in onze kranten verontwaardigd gereageerd op de dood van een bejaard koppel. De man had eerst zijn vrouw en vervolgens zichzelf neergeschoten. Uit een afscheidsbrief bleek dat ze hun dood hadden gepland.
Zoete herinneringen kwamen terug. In een vorige studeercarrière had ik een professor in de economie wiens leven naar zijn aanvoelen wel lang genoeg had geduurd. Het emeritaat scheen hem weinig aantrekkelijk. Hij verkondigde voor het studentenpubliek in volle aula aan dat hij zich weldra van het leven zou beroven. Alles was in kannen en kruiken: er was een levensverzekering afgesloten ten behoeve van zijn echtgenote, die zich met het nakende weduwschap kennelijk had verzoend. De man was een cynicus, en dat is tot nader order een mensensoort die men het liefst van al niet hardop hoort nadenken.
Of hij uiteindelijk ook de daad bij het woord heeft gevoegd, weet ik niet. Ik vond het alleszins een romantische gedachte: het tijdstip van je dood zelf kunnen bepalen. Op je 65ste een vaarwelpilletje nemen en de resterende tijd planmatig te baat nemen om van die dingen te genieten die je anders niet meer durft omdat je denkt dat je nog jaren moet meegaan.
Maar het ligt gevoelig in onze cultuur, een cultuur met een heilige angst voor de dood en een heilige angst om 'voor God te spelen'. De angst voor de dood heeft veel weg van een verachting van de dood. In onze cultuur bewonderen we de filmheld die vecht om te overleven. De 'slechterik' in de film pleegt aan het einde niet zelden zelfmoord. Daarmee wordt het de kijker goed ingepeperd: 'the good' worden geassocieerd met de drang om te leven; 'the bad' met de drang om te sterven. Wie leeft, neemt zijn verantwoordelijkheid op; wie sterft, ontvlucht ze. Leven is niet zomaar een gegeven; het is een norm. Kiezen voor de dood is de schending van de norm. In dit denken is er geen plaats voor een onderscheid tussen moord en zelfdoding. In beide gevallen wordt het leven geveld, en dat is heiligschennis. De mens mag niet voor God spelen. Die God mag dan al door Nietzsche dood zijn verklaard, hij stuurt nog in belangrijke mate ons denken over schuld, lijden, leven en dood. Het lijkt er wel op alsof hij zijn goddelijkheid wil bewijzen door zijn eigen dood te overleven.
Onze verzorgingsstaat is het logische product van die cultuur, met name wat de sectoren 'pensioen' en 'gezondheidszorg' betreft. De dood moet zoveel mogelijk voor ons uit worden geschoven, desnoods tegen onze zin. Het euthanasiedebat vordert maar traag, een 'pil van Drion' en hulp bij zelfdoding blijken ronduit onbespreekbaar. Het is niet alleen de zorg om de man of vrouw in kwestie die ons bezighoudt. Het gaat ook om de achterblijvers, die met allerlei schuldgevoelens worden bezwaard: 'we hadden dit kunnen voorkomen als we maar meer aandacht hadden besteed enz.' Mensen dichten zichzelf soms een utopische macht toe om 'dingen te voorkomen'. Het is net dat besef van macheloosheid dat zo moeilijk te verkroppen is. Het is maar de vraag of 'voorkomen' voor de gestorvenen zoveel beter ware geweest. Een analyse van afscheidsbrieven van zelfmoordenaars zou interessant materiaal opleveren: veelal wordt de achterblijvers juist op het hart gedrukt zich vooral geen schuldgevoelens aan te praten. Vaak wordt uitdrukkelijk gezegd dat het om een vrijwillige keuze ging. En toch kunnen we dat maar moeilijk aanvaarden, ofschoon het eigenlijk de dood zelf is die we niet aanvaarden.
De maatschappij wil geen doden op haar geweten hebben. De overheid organiseert het leven; niet de dood. De dood mag zich immers niet laten organiseren. De tegenstanders van het organiseren van de dood verwijzen in hun argumentatie met veel misbaar naar Auschwitz, en organiseren zo de dood van elk debat. En dus investeren we tonnen geld in kunstheupen, pilletjes, druppeltjes, rolstoelen, therapieën, operaties en onderzoek naar nieuwe technologieën om het mensenleven te rekken. En hoe meer je het koord rekt, hoe slapper het wordt, hoe lustelozer het koord begint te hangen, maar we gaan vrolijk door met het oprekken van het koord tot het breekt. Het leven is immers per definitie verrukkelijk, dus blijf in de stoet en vergeet je masker niet.
Genoeg. Laten we pleiten voor een nieuwe sector in de Sociale Zekerheid. De Sector Levenseinde. Een sector waarvan de enige taak erin bestaat een overdosis morfine te verstrekken aan wie dat wenst. Pragmatisch als ik ben, stel ik wel een leeftijdseis: iemand die zijn eerste 18 levensjaren nog niets heeft bijgedragen aan de Sociale Zekerheid en vervolgens zegt: 't was leuk, bedankt, tot ziens', is ook naar mijn aanvoelen een egoïst. Laten we ervan uitgaan dat hij na 18 jaar labeur zijn 'schuld' aan de maatschappij heeft afbetaald, dan mag hij op zijn 36ste de sector Levenseinde aanspreken. Andersom: iemand die 30 jaar heeft gewerkt vanaf zijn 18de, heeft nog recht op 12 jaar pensioen. Meteen is de sector Levenseinde de enige sector die geld oplevert in plaats van kost. Geld dat nuttig besteed kan worden aan mensen die zichzelf belangrijk genoeg vinden om wél door te gaan tot het koord is geknapt.
Den Duisteren Duikboot, 24/2/2007
[/SIZE][/FONT]
|