Wat als zou blijken dat de burger naar Zwitsers model een provinciaal nivo als Belgische deelstaat interessanter zou vinden dan een Vlaamse of Waalse? En wat als zou blijken dat die burger toch iets voelt voor een Benelux-federatie omdat het heel wat schaalvoordelen oplevert? België, Nederland en Luxemburg (en dus ook de Belgische gewesten Vlaanderen en Wallonië) zijn elk te klein geworden om hun gemeenschappelijke belangen binnen de EU en de wereld te verdedigen. Ze zijn ook te klein geworden voor dure publieke instellingen zoals een eigen leger en politiemacht, een eigen sociale zekerheid, een eigen ziekteverzekering, een eigen haven- en transportstruktuur, een eigen luchtvaartmaatschappij, enz. Bovendien zijn ze nu al ekonomisch in elkaar geïntegreerd en zitten ze ingklemd tussen de grote landen Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië. Al die kleine volkeren en streken binnen de Benelux kunnen dan hun gemeenschappelijke belangen binnen de Europese Unie en in de wereld op een betere manier gezamenlijk verdedigen tot voordeel van alle aangeslotenen. Misschien zijn er wel voordelen aan een fraktaalfederalisme met als basisstruktuur gemeente-streek-provincie-Benelux-Europa?
Wat mij betreft mogen Nederland, Luxemburg, België, Vlaanderen en Wallonië volledig oplossen in zo'n Benelux-federatie naar Zwitsers model, en mogen de deelstaten ervan naar het voorbeeld van de Zwitserse kantons de huidige Nederlandse en Belgische provincies, het Groothertogdom Luxemburg, Duitstalig België, en Brussel zijn. De provincies en hun streken zijn het beste tussennivo tussen gemeenten en Benelux-federatie. Die streken en provincies binnen de Benelux bouwen dan naar het voorbeeld van Zwitserland van onderen zo'n nieuwe federatie op, en uiteraard krijgen de inwoners van die streken en provincies in een referendum het laatste woord. Uiteraard is de Benelux dan een lidstaat van de Europa Unie.
Op bestuurlijk vlak moet het een fraktaalfederatie worden met als basisbestuurnivo's gemeente-streek-provincie-Benelux-Europa. Bij fraktaalfederalisme herhaalt de basisstruktuur zich net als bij een fraktaal op een steeds kleinere schaal: de Europese Unie als federatie van lidstaten (waaronder de Benelux), de Benelux als federatie van provincies, de provincies als federaties van streken, en de streken als federaties van gemeenten. Ook moet er een taaldemokratie zijn waarbij niet alleen standaardtalen maar ook streek- en minderheidstalen bestaansrecht krijgen. Zo'n meerpolig federalisme naar Duits en Zwitsers model is beter werkbaar dan een bipolair federalisme op zijn Belgisch. Die provincies kunnen dan eventueel samensmelten tot nieuwe provincies die een streektaal of verleden gemeenschappelijk hebben, ekonomisch al geïntegreerd zijn, en de huidige staatsgrenzen overschrijden. Een paar mogelijkheden zijn dan bijvoorbeeld:
-> Fusie van Nederlands en Belgisch Limburg
-> Fusie van West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, en Zeeland
-> Fusie van Noord-Brabant, Antwerpen, Vlaams-Brabant, en Waals-Brabant -> met als logisch gevolg de hereniging van het Belgische Baarle-Hertog en het Nederlandse Baarle-Nassau als de Brabantse gemeente Baarle.
-> Fusie van het Groothertogdom Luxemburg, Belgisch Luxemburg, en Duitstalig België
Elk van die provincies moet zelf kunnen vastleggen welke standaard-, streek- en minderheidstalen het een statuut wil geven zonder bemoeienis van bovenaf. Ze kiezen elk een streekoverschrijdende standaardtaal die ook buiten de Benelux wordt gesproken voor doeleinden van onderwijs, wetenschap, techniek, handel, streekoverschrijdende kommunikatie, enz. Voor de meeste Vlaamse provincies wordt dit dan waarschijnlijk Nederlands (of misschien zelfs Nederafrikaans), en voor de meeste Waalse provincies waarschijnlijk Frans. Voor Limburg en Luxemburg kan dit echter eventueel het Duits zijn omdat Limburgs en Luxemburgs meer verwant zijn met het Duits dan met respektievelijk het Nederlands en het Frans dat er nu als standaadtaal wordt gebruikt (waardoor Duits als standaardtaal ook wat meer kan meetellen in een meerpolige Benelux-federatie). Daarnaast kunnen die provincies dan ook respektievelijk Limburgs en Luxemburgs als streektaal en Frans als minderheidstaal vastleggen. Voor Limburg zou in Voeren Frans als minderheidstaal en Nederduits/Limburgs als streektaal erkend worden, en zouden gemeenteraden in Voeren ook in de plaatselijke Nederduitse/Limburgse streektaal mogen worden gehouden zodat het belang van de gebruikte standaardtaal (Nederlands/Frans/Duits) dan een stuk kleiner wordt. Brussel kan dan eventueel voor Engels als standaardtaal kiezen omdat het voor zowel Nederlands- als Franstalige Belgen een relatief neutrale taal is die jonge Belgen met tegengestelde standaardtalen vaak gebruiken als ze met elkaar praten (want ze luisteren naar dezelfde Engelstalige muziek) en Brussel ook een internationale stad is (waardoor ook de internationale handelstaal Engels een officieel statuut binnen België krijgt). In Brussel kan men daarnaast naar Luxemburgs model ook nog het Frans, Nederlands, Brabants en Marols (
http://www.euro-support.be/langbel/brussel2.htm ) als inheemse streek- en minderheidstalen erkennen. En op het federale Benelux-nivo kan men dan eventueel het neutrale Esperanto als interne werktaal gebruiken (bijvoorbeeld in het federale parlement). Iedereen praat dan op voet van gelijkheid omdat ze allemaal in een vreemde taal moeten diskussiëren en van gedachten wisselen.