Vanuit het establishment krijgen we de laatste decennia steeds weer te horen dat verdraagzaamheid een essentiële zo al niet de voornaamste waarde in onze samenleving zou zijn.
Is dat wel zo?
Sinds wanneer is verdraagzaamheid één van die pijlers waar de westerse beschaving zou zijn op gebouwd?
Als je het mij vraagt is verdraagzaamheid juist de grootste ZIEKTE van het westen.
Het is een houding, een ingesteldheid, die te vergelijken is met een ziekte als AIDS. Het betekent dat je geen afweer meer hebt tegen allerlei nefaste invloeden die van buitenaf op je afkomen. Integendeel zelfs, door deze houding ga je zelfs de ziekten koesteren die je eigen ondergang betekenen.
Elk organisme dat wil overleven moet onverdraagzaam zijn tegenover de natuur om zich heen. Wie niet wil gegeten worden moet zelf eerst eten. Wie zich niet wil verbranden zorgt dat hij vuur mijdt, wie niet wil bevriezen zorgt dat hij tijdig warmere oorden opzoekt.
Deze verdraagzaamheid, dit maatschappelijke AIDS-virus nu, zorgt ervoor dat het westen zijn eigen ondergang aan het bewerkstelligen is. Omdat namelijk een andere cultuur, die wèl intolerant is, het territorium van de westerse cultuur is binnengedrongen en als een kanker zijn lichaam van binnenuit wegvreet.
In plaats van de kankercellen tijdig te bestrijden zorgt het sociale AIDS genaamd verdraagzaamheid er echter voor dat deze kankercellen met de beste zorgen worden omgeven en zich als een vreemd lichaam kunnen tegoed doen aan de reserves van al wat het westen in de loop der tijden heeft opgespaard. De tumor groeit en groeit en overwoekert geleidelijk aan het hele westerse lichaam. Eerst waren er enkel hier en daar kleine stipjes te bemerken, nu zien we her en der grote vlekken verschijnen en hier en daar etteren reeds grote pestbuilen doorheen de oppervlakte.
Als het westen zich niet tijdig van de ziekte verdraagzaamheid kan verlossen, zal deze ziekte er over niet al te lange tijd voor zorgen dat er van het westen helemaal geen sprake meer is.
|