KAN EEN TAALNATIONALIST EERSTE MINISTER VAN BELGIE EN PRESIDENT VAN DE EUROPESE RAAD ZIJN? De afgelopen weken stond de Belgische pers vol van de vraag of de huidige eerste minister, Herman van Rompuy (CD&V) al dan niet president van de Europese Raad ging worden en wie hem als eerste minister zou opvolgen. Veel verder dan een personenkwestie zijn de journalisten echter niet geraakt. Tijd dus voor een iets diepgaandere analyse.
Sinds de sterk nationalistisch getinte federale verkiezingen van 10 juni 2007 is het politiek-communautaire thema in België nooit op de achtergrond gebleven, zelfs al heeft het door de financieel-economische crisis van eind 2008 en 2009 tijdelijk wat aan kracht ingeboet. Vanaf juli tot december 2007 was de institutionele crisis wegens de door de Vlaams-nationalisten op de regeringsonderhandelaars uitgeoefende druk zelfs te snijden. Het hoogtepunt van de crisis was ongetwijfeld de eenzijdige stemming in de kamercommissie van het door een zekere Herman Van Rompuy ingediende wetsvoorstel tot splitsing van het tweetalige kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde op 7 november 2007 en de daaropvolgende reactie van het Belgisch volk dat op 18 november 2007 massaal op straat kwam om de eenheid van België te bepleiten.
Tijdens deze lange institutionele crisis en de daarmee gepaard gaande politieke chaos, die tot op vandaag voortduurt, heeft het federale niveau twee formateurs, twee verkenners en drie eerste ministers versleten (zonder de drie koninklijke commissarissen te vergeten): eerst Yves Leterme (CD&V) van 15 juli 2007 tot 21 december 2007. Deze formateur slaagde er niet in een regering te vormen, zelfs niet met de hulp in van verkenner Herman Van Rompuy (CD&V) in de herfst van 2007. Vervolgens werd Guy Verhofstadt (VLD) eerste minister van 21 december 2007 tot 20 maart 2008 in het kader van een interimregering Verhofstadt III waarna hij de fakkel aan de nieuwe eerste minister Yves Leterme overdroeg. Deze werd echter geveld door de economische crisis en meerbepaald door het Fortis-schandaal en diende op 19 december 2008 ontslag te nemen (na een eerste “politiek-communautair” ontslag op 14 juli 2008, dat door de Koning geweigerd werd). Nadat verkenner, Wilfried Martens (CD&V) en formateur Herman Van Rompuy het pad geëffend hadden, is deze laatste op 30 december 2008 eerste minister geworden. Bijna een jaar later wordt hij door sommigen echter genoemd als de toekomstige “president van de Europese Raad”, een nieuwe functie die het gevolg is van de goedkeuring door alle EU-lidstaten van het Verdrag van Lissabon.
De vraag is echter of het wenselijk is dat Vlaams-nationalisten als Leterme en Van Rompuy de federale regering leiden, laat staan een Europese functie opnemen. Voornoemde personen zijn inderdaad nationalisten: ze verdedigen het behoud van de opslitsing van België op taalbasis en willen die opsplitsing door een nieuwe staatshervorming verder uitbouwen. Ze willen de splitsing van het tweetalig kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde en weigeren het Europees Verdrag tot bescherming van de minderheden te ondertekenen. Ze bekritiseren de Vlaams-nationale ideologie niet, maar staan toe dat hun particratie ze in de praktijk toepast (voorrecht van Nederlandstaligen om gronden te kopen in bepaalde gemeenten, verbod op anderstalige reclame in gemeenten als Halle en Meise, uitsluiting van Franstalige kinderen op de speelpleinen in Liedekerke, enz.). Zij zijn mede verantwoordelijk voor de geleidelijke invoering van een racistisch taalapartheidsysteem in het hart van Europa. Deze ideeën staan uiteraard haaks op het Belgisch en Europees, meertalig en humanistisch-universalistisch gedachtegoed.
Het is juist dat Herman Van Rompuy enige rust op het federale niveau heeft teruggebracht en de facto voor een institutioneel status quo heeft gezorgd. Maar dat is ook zijn enige verdienste. Yves Leterme daarentegen heeft geen verdienste. Hij legde het parcours van een brokkenpiloot af en kan dan ook niet intellectueel in staat worden bevonden om opnieuw eerste minister van een meertalig land te worden.
Tenslotte staat hun partij voor een “confederaal” België wat niet meer of niet minder de voorafgaandelijke splitsing van het land – dus separatisme – inhoudt. Met deze heren kunnen België en Europa niet in zee gaan. België heeft daarentegen nood aan tweetalige, competente en pro-Belgische eerste ministers. Ook de Europese Unie heeft nood aan meertalige, competente en pro-Europese presidenten. Als men niet een land met twee grote taalgroepen kan besturen, is men ook niet in staat een federatie van 25 landen en 20 taalgroepen te besturen.
Voor de B.U.B. is het duidelijk: nationalisten, d.w.z. politici zonder universalistisch-humanistisch gedachtegoed, mogen geen leidende functie in België of Europa opnemen, tenzij men natuurlijk kiest voor de achteruitgang van de mensheid zoals “onze” “Belgische” politici dat al sinds 1970 doen…
www.belgischeunie.be
Bron:
politics.be