Citaat:
Oorspronkelijk geplaatst door Tron
Wat nuance hierover lijkt mij best welkom. Uit de gemeenteraadsverkiezingen gehouden eind oktober 1830, nog geen maand na het einde van de revolutie, bleken heel wat nederlandstalige steden in Zuid-Nederland een meerderheid aan orangisten te hebben, terwijl in de franstalige steden orangisten nergens de overhand hadden. ik citeer uit "1830: De scheiding van Nederland, België en Luxemburg" van Rolf Falter:
Elders in het land (na brussel te hebben besproken) behaalden de revolutionairen in de meeste steden ruime overwinningen, maar met belangrijke uitzonderingen: in verviers zaten alleen voorstanders van de annexatie bij Frankrijk in de raad, in Mons haalden zij de helft van de verkozenen. In Antwerpen, Gent, Sint-Niklaas, Lokeren en Oostende en Mechelen kregen stadsraden waarin Orangisten de voorhand hadden
Ook belangrijk daarbij is het feit dat de verkiezingen georganiseerd werden door de revolutionairen, op voorwaarden v de revolutionairen. ik citeer uit hetzelfde boek:
Voordat het zover was zouden er echter overal ook overal gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden.
...
Dat gebeurde via een cijnskiesrecht dat niet ruimer was dan in de hollandse tijd, maar aangevuld werd met zogenaamde 'capaciteitskiezers' die het stemrecht kregen op basis van hun beroep. Dat laatste verzekerde zeker in de steden revolutionairen- waaronder veel advocaten- van een meerderheid. Waar dat resultaat vooraf onzeker was zou het Voorlopig bewind er in de daaropvolgende weken naar streven controle over de stads- en gemeentebesturen te verwerven, om zo ook zeker de opstelling van de kiezerslijsten in vertrouwde handen te houden.
Waardat er in Franstalig gebied geen twijfel mogelijk is over wat de meerderheid denkt, ligt dat in Nederlandstalig gebied toch enigszins anders, kan men besluiten.
|
Orangisten waren slechts een kleine kliek kapitaalkrachtigen die Willem zagen als hun broodheer. Eigenlijk regeringsgezinden die uit de hand aten van de Hollandse koning omdat ze veel financiële voordelen kregen van Willem. Als hij vertrok, zouden misschien ook hun lieve centen vertrekken. Vooral de textielcentra waren bolwerken van Orangisten (lees: kapitaalkrachtige elite). De Orangisten bleven na de verjaging van Willem I mokken, maar hadden nooit meer veel in de pap te brokken.