Ieder uittredend lid van de Vlaamse Regering dat geen ministeriële functie meer uitoefent krijgt gedurende een volle legislatuur een staflid en een uitvoerend personeelslid toegewezen. In concreto krijgen uittredende ministers gedurende vijf jaar volgend op hun ministerieel mandaat twee medewerkers. Voor oud-ministers die nog zitting hebben in het parlement komen die twee medewerkers bovendien bovenop de parlementaire medewerker (of medewerkers in het geval van een lid van het Bureau) waarop ieder parlementslid recht heeft.
Op een vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Frank Creyelman (Vlaams Belang) omtrent de gewezen ministers die gebruik maken van deze regeling antwoord minister-president Kris Peeters dat zeven leden van de vorige regering alles samen 15 medewerkers in dienst hebben, wat de belastingbetaler 1,4 miljoen euro per jaar kost of 7 miljoen euro voor de volledige vijf jaar.
Het gaat om de ex-ministers Bert Anciaux, Patricia Ceysens, Veerle Heeren, Marino Keulen, Kathleen Van Brempt, Frank Vandenbroucke en Dirk Van Mechelen. Op Bert Anciaux en Kathleen van Brempt na – zij is Europees Parlementslid en heeft daar eveneens recht op een medewerker – hebben alle gewezen ministers zitting in het Vlaams Parlement, waar zij als Vlaams volksvertegenwoordiger reeds een bijkomende medewerker mogen te werk stellen.
Dit voorrecht voor uittredende ministers is in budgettair moeilijk tijden niet langer te verantwoorden. Bovendien is de regeling discriminerend voor de andere ‘gewone’ parlementslede
Vandaar dat Vlaams volksvertegenwoordiger Frank Creyelman een voorstel heeft ingediend waarbij hij de extra medewerkers voor ex-ministers die opnieuw zetelen in één of andere parlementaire assemblée wil afschaffen.
Mvg,
Bart Debie
Woordvoerder/Persverantwoordelijke
Vlaams Belang, fractie Vlaams parlement
Bron:
politics.be