14 juni 2010, 10:05
|
#244
|
|
Parlementslid
Geregistreerd: 21 december 2006
Berichten: 1.915
|
Citaat:
Oorspronkelijk geplaatst door ministe van agitatie
Je vragen zijn terecht, maar ze zijn natuurlijk niet onoplosbaar. Het zijn misschien hinderpalen maar niet onoverkomelijk. Ze gaan overigens niet over de essentie van de zaak maar louter over de vorm.
Als niet-PVDA'er zou ik pleiten voor:
1) Never change a winning team, never change your name. Behoud dus van de naam PTB met de toevoeging van FdG (de + staat er toch al). Het wordt dus: PTB+FdG.
2) Wat het programma betreft, ook dat is niet zo moeilijk. De meeste van die partijen en groepjes delen een groot deel van hun visie en hun programma. Daar zit veel gemeenschappelijk in.
Je kan in een indirecte communicatie (via media dus) maximaal 3 ideeën overbrengen en eigenlijk is dat al veel. Zo'n programma moet dus geen 35 punten bevatten, een vijf- a tiental moet volstaan.
Me dunkt dat die programmapunten tegelijkertijd principieel en praktisch moeten zijn. De PVDA gaat de laatste verkiezingen in met praktische, concrete punten waar ze vroeger ideologisch en principieel communiceerde. Ik denk dat een combinatie van beiden mogelijk en wenselijk is.
3) Waar nieuwe krachten zich engageren, heeft wat mij betreft weinig belang. Ik ben niet overtuigd van de noodzaak tot de uitbouw van een avant-garde partij in traditionele zin. Voor de PVDA blijft dat een prioriteit die soms zelfs belangrijker lijkt dan het verspreiden van een idee en het bouwen aan een tegenkracht. Want de kans is groot dat die tegenkracht voortkomt uit verzet tegen de liberale politiek en besparingsronde die ons te wachten staat en dat de PVDA daar dus niet de uitdrukking van zal zijn. Je kan dat ambiëren maar de geschiedenis toont ook aan dat je het niet kan garanderen.
Veel belangrijker dan het uitbouwen van je eigen partij vandaag, lijkt me de (relatief) eensgezinde kritiek op het liberalisme en het kapitalisme en dat je concreet moet werken aan de promotie van alternatieven. Je moet wat dat betreft denk ik een onderscheid maken in je communicatie onderling en je communicatie met de bevolking in algemene zin. Onderling is er veel reden tot discussie en die discussie kan terecht zeer ver gaan en een historische connotatie hebben. Maar extern heeft dat allemaal geen zin, daar moet het veel meer gaan over de huidige, concrete realiteit, gespiegeld aan internationale tendenzen: want wat ons hier te wachten staat, verschilt niet zoveel van wat Griekenland, Spanje, Portugal, Duitsland, Nederland, enz te wachten staat. Dat verzet kan alleen maar winnen als het internationaal georganiseerd of gecoördineerd wordt. Voor een belangrijk deel via de vakbonden dus.
|
Wat de eerste twee punten betreft: daar kan ik mee akkoord gaan maar wat (3) betreft ben ik het volstrekt oneens met je: de organisatie en vorming van mensen in een strijdbare organisatie is essentieel, zowel voor de verspreiding van ideeen die het liberalisme weerleggen als om de dagelijkse klassenstrijd te voeren en te kunnen winnen. Dat verzet zal niet spontaan gevoerd worden: je hebt er een stevige organisatie voor nodig want anders klapt het heel snel in elkaar.
|
|
|