Ik hoop dat na het leven, de dood komt.
De mens beschikt over een fabuleus taalvermogen.
Dat heeft hem naar alle waarschijnlijkheid toegelaten de Neandertaler
te verdringen.
Het liet hem ook toe een fabuleuze incursie te maken in de fictie.
Die neemt ook vormen aan als sprookjes, mythologie, metafysica, utopie.
Er werden talloze begrippen "gecoind" waaraan geen intrinsieke werkelijkheid beantwoordt.
Wat de dood betreft, het enige in het leven waar we zeker van zijn,
daar is ook hetzelfde fabuleren aan de gang.
Thanatos moest gekraakt worden.
Door het fabuleus taalvermogen.
In het Spaans zeggen ze: defuncion: einde van de functie. En funcion betekent ook: voorstelling. Einde van de voorstelling.
Die verhoogde levensgenieters- en bewonderaars, die de religieuzen eigenlijk zijn, konden dat natuurlijk niet accepteren.
De voorstelling moest doorgaan.
Vandaar het beroep op het fabuleuze taalvermogen.
De dood is de dood niet, maar het eeuwige leven.
Nu mag iedereen geloven wat hij wil, en waar hij zich het best mee voelt.
Wat mij fascineert is het projectievermogen van de taal.
De kracht ervan is iets fenomenaals.
We projecteren iets of iemand buiten onszelf en trekken ons daar vervolgens aan op .
Zoals de baron van Munchausen zichzelf met man en paard bij de haren
uit het moeras sleurt.
Helaas moet ik in het moeras blijven. Ik ben kaal.
Ik kan niet zeggen dat ik die weelderige haardos, die zoveel houvast biedt, niet mis. Maar het blijft slechts een vage herinnering uit mijn jeugd.
Eno2
|