Ik heb mijn moeder zien kapotgaan, geestelijk en fysisch, in de
sweatshops van de semi-slavernij, waarvan ze nog geen behoorlijk onderdak kon betalen noch opvoeding kon bekostigen. Uit wraak ben ik nooit van mijn leven in een fabriek waargenomen, noch heb ik zelf ooit een
slavendrijversfunctie uitgeoefend, die de kapitalistische uitbuiterij eufemistisch
manager noemt
O zoete wraak van me nooit in een fabriek te hebben laten opsluiten:
