Oorspronkelijk geplaatst door Nestor Burma
Het is bijzonder moeilijk, zo niet zelfs onmogelijk om nog van "rechts" in de moderne wereld te spreken. De wijsheid van de scholastiek is verdwenen, de feodaliteit en het Ancien Régime zijn weg enz. Marx besefte dat terdege (als hij gelijk heeft, zeg ik het ook).
We leven sinds de laatste drie eeuwen in een beschaving (die niet dé beschaving van dé mensheid is, maar veeleer zelfs een abnormaliteit als we haar vergelijken met de andere beschavingen) waarin een "verkoperskaste", de burgerij, soeverein en maatgevend is.
"Rechts" betekent in klassentermen min of meer de verdediging van de status-quo (van de burgerij dus). Er is echter geen echte status-quo meer in een moderne wereld die voortdurend in beweging is, dwangmatig moet blijven "groeien" ook (als een kankergezwel). Er is geen "conservatisme" mogelijk in zo'n westerse beschaving, want er is geen statische wereldaanschouwing meer die zoiets nog toelaat. Decadentie is ons noodlot geworden en is ook de voedingsbodem waarop het kapitalisme - letterlijk en figuurlijk - woekert. Er is in zo'n constellatie dus enkel nog liberaal-conservatisme mogelijk, wat neerkomt op een soort gecontroleerde verandering of passieve revolutie. Die wordt van bovenaf gestuurd, zodanig dat de verandering steeds conform de belangen van de burgerij gebeurt.
Maar ook die burgerij is natuurlijk geen homogene klasse. De revolutionairen van de Nieuwe Orde benadrukten dat laatste. Ze stelden terecht dat er niet twéé, maar veel méér klassen bestaan (dixit Mussolini). De belangen van middenstanders en multinationale ondernemingen zijn bijvoorbeeld niet dezelfde, al denkt de goegemeente dat ze allebei gebaat zouden zijn met een en hetzelfde "liberalisme".
Wat nu het antikapitalisme van de nationaalsocialisten zo bijzonder maakt, is dat het binnen die burgerij het bankwezen viseerde en isoleerde als publieke vijand nummer 1 (wat om historische, sociale en religieuze redenen dan weer onlosmakelijk verbonden is met het Joodse vraagstuk). Het zogenaamde antisemitisme van vele 19de-eeuwse socialisten en anarchisten was sociaal geïnspireerd: Marx werd gewantrouwd, omdat hij een Joodse burgerman was (en die banden ook als "socialist" bleef behouden).
De tegenstelling arbeid-kapitaal (van de marxisten) moet vervangen worden door die tussen geldgever en geldnemer (schuldeiser en schuldenaar) (zoals Sloterdijk onlangs ook nog zei). Kapitalisme is ontstaan als een kwestie van geld en niet zozeer van eigendom. Dat is, in het kort, de grote les van het nationaalsocialisme.
Het antikapitalisme zou dus een zaak van links én rechts (niet in sociale, maar in ideële zin dan) moeten zijn, maar om dat te kunnen begrijpen moet men eerst het denken in burgerlijke (liberale) categorieën verlaten. "Links" en "rechts" zijn nu onderdeel van een en hetzelfde liberale kader. Er is een nieuw kader en een nieuw evenwicht nodig, dat beide omvat en overstijgt.
Het burgerlijke tijdperk, dat nu en de komende jaren een van de zwaarste crisissen in zijn 300-jarige bestaan zal doormaken, kan op twee manieren worden vervangen: de ene opwaarts (het ideaal van een nieuwe tweede kaste: militair, aristocratisch, heroïsch, ridderlijk van inspiratie) en de andere neerwaarts (het ideaal van de vierde kaste, de geproletariseerde arbeider). Maar de ultieme bekroning, de "Endlösung" van het kapitalisme en de moderne wereld, zal pas het herstel van een traditionele beschaving (al dan niet christelijk geïnspireerd) in Europa zijn.
|