Paulus,
De islam, vanuit het historische en referentiële perspectief, discrimineert. De moslims en niet-moslims hebben niet dezelfde rechten/plichten.
In Kalifaat mochten de niet-moslims met meer dan 4 vrouwen trouwen bijvoorbeeld, alcohol in het openbaar (ver)kopen en drinken. De moslims mochten dit niet. De mensen van het boek en heidenen (in Indian bijvoorbeeld) mochten hun eigen gemeenschappen met eigen wetten/normen regeren, hadden recht op eigen rechtbanken, openbare instituten, bibliotheken (die meestal voor hun door moslims waren opgericht) en madrassa's. De afvalligen hadden deze privileges niet: je krijgt een kans om maatschappelijk als moslim te gedragen (hypocriet zijn en wat je thuis doet of in je privé denkt is jouw eigen zaak) of anders de kop eraf.
In het islamitische heilige land (een deel van Arabië) geen heidenen: moslim worden, tot openbaringsreligie bekeren, anders immigreren of kop eraf. In Mekka en Medinah alleen moslims, niemand anders.
De moslims moesten niet om vergunning vragen om een moskee te bouwen/renoveren. De niet-moslims moesten dat wel doen waar de meerderheid van bewoners moslims zijn. In Andalusië/andere gebieden waar de niet-moslims in meerderheid waren, was zo'n vergunning niet nodig.
In ieder geval, de islam die hier erkend wordt, is de islam die wij dagelijks beleven (mijn vrijheid stopt waar de jouwe begint), wij moeten ons allemaal onderwerpen aan dezelfde religie (seculiere religie in dit geval). Deze beleving van islam mag dus niet tegen de wet indruisen.
|