Citaat:
Oorspronkelijk geplaatst door Piero
Welnee. Dat maakt u er maar van.
|
O ja? Laat ik u dan de volledige tekst geven:
"... palin o archiereus epirota avton kai legei avto su ei
o Christos o yios tou elogitou..."
"... de hogepriester ondervroeg Hem opnieuw en vroeg Hem: "Bent u de Messias, de Zoon van de Gezegende?"
"... o de Iisous eipen
ego eimi..."
"... Jezus zei: "Ik ben..."
De Vulgaat heeft voor deze passage: "... summus sacerdos interrogabat eum et dicit ei tu es
Christus Filius Benedicti / Iesus autem dixit illi
ego sum..."
Vandaar hebben we als Nederlandse vertalingen:
"Wederom vraagde Hem de hogepriester, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon des gezegenden Gods? En Jezus zeide:
Ik ben het..." (Statenvertaling)
"Wederom ondervroeg de hogepriester Hem en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon van de Gezegende? En Jesus zeide:
Ik ben het..." (NBG)
"Weer stelde de hogepriester Hem een vraag en zei tegen Hem: ‘Bent u de Messias, de Zoon van de Gezegende?’ Jezus zei: ‘
Ja, dat ben Ik..." (Willibrord)
"Toen vroeg de hogepriester hem: ‘Bent u de messias, de Zoon van de Gezegende?’ Jezus zei: ‘
Dat ben ik..." (Nieuwe Bijbelvertaling)
"Opnieuw stelde de hogepriester Hem een vraag, en zei tegen Hem: Bent U de Christus, de Zoon van de Gezegende? En Jezus zei: Ik ben het." (Herziene Statenvertaling)
Me dunkt dat deze ondervraging alsook het antwoord heel duidelijk zijn. De tekst spreekt ondubbelzinnig voor zich en er hoeft, in tegenstelling tot uw bewering, niet "van gemaakt te worden".