Hoe menswetenschappers beter/nuttig maken?
Beste forummer,
Vandaag de dag zien wij veel jonge mensen een mening proberen te vormen over de maatschappij waarin zij leven. Deze mensen gaan, om hun blik op mens en maatschappij te verscherpen, sociale wetenschappen studeren, zoals sociologie, politicologie, criminologie, psychologie, et cetera.
Nadien is het de bedoeling dat deze mensen het gedrag van sociums, sociale klassen, individuen en groepen beter kunnen begrijpen om zo tot betere beslissingen te kunnen komen inzake beleid, bestuur, inrichting en organisatie, persoonlijke begeleiding en ontwikkeling.
Uiteraard wordt van deze mensen dan een zeer goede voeling verwacht met hun studieobject: mensen.
Maar zij leren helemaal niets over mensen. Zij worden juist helemaal afgeschermd van mensen, en bestuderen teksten. Teksten van Freud, Lacan, Badiou, Althusser, Gramsci, Zizek, Marcuse, Sorel, Derrida, Foucault, Deleuze, en meer van dat.
Na hun opleiding zijn dit regelrechte tekstvreters geworden die de mens enkel kennen vanuit analyses van een twijfelachtige veraciteit.
(voor wie denkt dat bovenstaande auteurs relevant zijn moet maar eens proberen om One-dimensional Man van Marcuse te lezen, gewoon de inleiding ervan, zonder constant een "wat de FUCK staat hier nu eigenlijk?" te denken. Ik doel hier zuiver op de zinsbouw, niet op de concepten)
Uiteraard zullen alle opmerkingen over het invoegen van een meer praktisch gedeelte worden afgeschoten met "wij zijn wel ACADEMIESCH HE!" of "o nee niveauverlaging!" of "daar bestaan hogescholen voor".
Nu de vraag:
Waarom voert men in die richtingen geen praktijkvak in, 6 studiepunten per semester. Dat vak wordt ingevuld door fysieke arbeid op de meest ondankbare plekken, zoals in de haven en in ploegen. Op die manier leert men ook echt effectief zien hoe het is voor alle lagen van de bevolking, in plaats van enkel erover te lezen in teksten, kritieken, metakritieken, discoursanalyses en deconstructies van Freud, Lacan, Badiou, Althusser, Gramsci, Zizek, Marcuse, Sorel, Derrida, Foucault, Deleuze, en meer van dat.
Ik zie immers niet in waarom een asociale brilintellectueel uitspraken moet doen over de omstandigheden van de arbeiders als hij zelf de arbeiders totaal niet kent.
Iemand deftige argumenten?
|