De reclamesector, en andere parasitaire processen bestrijden
Vanaf een bepaald punt wordt het in een economie speltheoretisch voordeliger om zich bezig te houden met randprocessen dan hoofdprocessen in een bedrijf. Dit wordt als volgt verklaart:
Vanaf een bepaald niveau begint de wet van de diminishing returns ervoor te zorgen dat extra investeringen in het hoofdproces van een bedrijf, bijvoorbeeld productie, minder teruggeven dan eerder op de curve. Vanaf dat punt kan het meer rendabel zijn om te investeren in zaken als:
-reclame;
-marketing en verkoopsstrategie;
-juridische oorlogsvoering (in de VS een groot fenomeen, het hebben van heelder juridische divisies van een bedrijf die niet anders doen dan de concurrenten een lapje te willen steken)
Speltheoretisch gezien zit het zo: alle bedrijven kunnen investeren in productie-optimalisatie, maar als 1 bedrijf investeert in juridische terreur of marketing, zal dit bedrijf met evenveel investeringen meer winsten maken door concurrenten te verdringen. De kwaliteit van productie hoeft hierbij zeker niet te stijgen en mag zelfs dalen. Bijgevolg gaat iedereen op termijn meedoen met het proces.
Bijvoorbeeld neonreclame. Economische waarde nihil, sociale waarde negatief: lelijke straatbeelden, lichtvervuiling, stoort nachtelijke dieren, consumeert energie en grondstoffen, vervuilend bij utilisatie van afgeschreven lampen.
Echter moet een bedrijf investeren in lichtreclame om te blijven opvallen, waardoor straten er vol van zijn. Ook gaan producenten lichtreclame beginnen ontwikkelen, wat grondstoffen en energie onttrekt van belangrijker processen.
Bijgevolg zien wij het volgende: productiecapaciteit stijgt, maar de surplussen worden gestoken in het elkaar een lapje draaien. Armoede blijft en technologische vooruitgang wordt sterk geremd.
Nu, aangezien het volk dom is (gemiddeld iq 100, zeker te laag voor om beslissingen te mogen nemen in een hoogtechnologische maatschappij! ) en gierig, zal het deze parasitaire processen niet willen bestrijden: veel zogezegd harde werkers hebben een warm plekje als juridisch terrorist of marketeer, en volgens economische analyses, die allen per definitie fout zijn omdat alle economen het fout hebben (niemand zag de crisis aankomen, feitelijk voeren zij steeds wichelroedebeleid) zijn deze mensen wel productief omdat zij winsten genereren.
Een sterke beperking op reclame (geen neonreclame in straten, marketing onderhevig aan strenge wetten en torenhoge belastingen), het tegengaan van juridisch terreur door het aanpakken van patentwetgevingen (die de oorzaak zijn van bijvoorbeeld Monsanto-toestanden) en het verplichten van bedrijven om te investeren in innovatie en onderzoek lijkt mij iets wat DRINGEND nodig is in een maatschappij in diepe systeemcrisis.
De hordes nuttelozen die hun job als marketeer, patentjurist, human resources consultant, reclameontwerper, ... dan verliezen kan men laten verhongeren (verhoogt het BNP) of het laten leren in een knelpuntberoep zoals metser, loodgieter, lasser.
De meesten van deze dikbetaalde nuttelozen zijn toch van mening dat armen het aan zichzelf hebben te danken, dus zie ik niet in waarom zij nog recht zouden hebben op brood.
Iemand steekhoudende tegenargumenten?
Laatst gewijzigd door six : 28 oktober 2013 om 16:40.
|