Ik eet vlees in het kader van een anti-racistische actie.
Denk eens aan het leed van een ajuin,wanneer je zijn knisperende fijne velletje met een vlijmscherp aardappelmesje wegsnijd.
Hoe ziet een patat niet af: eerst een wrede behandeling met de dunschiller om dan tenslotte te sterven in kokend water, of als bruinverbrande friet in hete olie of vet helse pijnen te doorstaan.
Champignons op een gloeiende plaat kunnen een waarlijk door merg en been gaand snerpend geluid uitstoten.
Om zonder onderscheid van soort of biologische klasse het noodzakelijke leed ter leninging mijner honger ietwat te spreiden eet ik dus ook al eens een ribbetje, een kipfileetje, een entre-côte, of een hazerugje, terwijl ik de gedachte van mij probeer af te zetten dat voor één biefstuk de ganse koe dood moet.
