DE WORTELS VAN NIEUW-RECHTS DEEL I: ARMIN MOHLER en zijn werk "de conservatieve revolutie"...
Nieuw-Rechts heeft net als elke ideologie een onstaansgrond. We moeten er daarbij wel op wijzen dat Nieuw-Rechts geen partijpolitiek denken impliceert. Haar doel is namelijk niet het verwerven van politieke macht maar enkel het scheppen van een cultureel fundament waarop die politieke macht later kan gebouwd worden. Zij zijn de “voorhoede” zeg maar, de denktank.
Toch hebben ze ook een ideologie met een aantal specifieke kenmerken. En die ideologie heeft bepaalde wortels en gat terug tot bepaalde auteurs. Zoals het communisme in wezen teruggrijpt naar Marx net als het socialisme (dat echter ook invloed heeft ondergaan van o.a. Keynes en Bauer) zo gaat Nieuw-Rechts ook terug tot een aantal auteurs.
Bij het duiden van die auteurs kunnen we best hun eigen teksten doornemen waar ze letterlijk die illustere voorgangers aanduiden als hun ideologische onderbouw. Fantaseren en linken leggen in het ijle is dus onzin, we kunnen enkel betrouwen op directe en zuivere citaten die niet dubbelzinnig zijn.
Eén van die basisfiguren is Armin Mohler die in 1950 een werk publiceerde met de titel: “Die Konservative Revolution in Deutschland 1918-1932”. Men kan het werk beschouwen als een soort catalogus van alle antidemocratische denkers uit het Duitsland tussen 1918 en de machtsgreep van de NSDAP. Hij beschouwde al die auteurs LETTERLIJK als “de Trotskisten van de Duitse revolutie.” Ze waren de weg aan het plaveien voor de “gezonde” transformatie van de Duitse en westerse cultuur. Mohler schreef: “ Hitler en zijn Derde Rijk was net zo zeer een perversie van de nationalistische revolutie (waar ze naar streefden) als de Stalinistische invulling van de “socialistische revolutie” was voor de Troskisten”.
Een centraal deel in het denken van Mohler is vervolgens het geloof in “verval”…
Hij stelde dat “ de oude westerse structuren in verval zijn, het waren eens synthesen van de klassieke Oudheid en het christendom en de verlichting.” “Een nieuwe eenheid bestaat nog niet, we leven in een tussenfase en de “Konservative Revolution” was een aanzet om die tussenfase te overbruggen..” Tot deze Konservative Revolution rekende Mohler ook het Nazisme hoewel hij vond dat ze er toch op een aantal punten van afweek. Zo paste het “sociale en populistische karakter” van het nazisme niet echt binnen de Konservative Revolution. Anderzijds schreef hij letterlijk dat één punt alle verschillende veruiterlijkingen verbond, één punt was wezenlijk belangrijk en dat was een geloof in een revolutie die haar wortels had in specifiek nationalistisch of etnisch denken en voelen als bron van “wedergeboorte”. Een ander wezenlijk punt is in zijn ogen het verwerpen van het Joods-christelijke lineaire denken over tijd. Hun voorkeur ging uit naar een cyclische of sferische tijdsopvatting.
Op basis van citaten van mensen die hij tot de Konservative revolution rekende zoals Jünger, kwam hij tot de stelling dat de mensheid een “nulpunt” zou bereiken, op dat ogenblik zou de “decadente tijd” van egalitarisme, kosmopolitisch denken, materialisme, individualisme, rationalisme, en de principes van de Franse Revolutie (vrijheid, gelijkheid en broederschap) plaats maken voor een hiërarchische, supraindividuele, “organische” en “heroïsche” samenleving.
Tot daar deel I, als het te lang is sla ik gerust een paar stukken over...
|