De ethiek.
In de oude Bijbel is de Geest als ethiek met nadruk op de zondeval en het onderscheid van goed en kwaad en dan als derde de verzoenende liefde, wat eigenlijk het zielenleven is.
Kortom: het is de problematiek van de ethiek hoe de mens uit de natuurlijke eenheid van het dierenleven tot de goddelijke eenheid kan komen en water en zalving en vuur en duif zijn inderdaad nog niet de geest van het denken en begrijpen zelf, maar symbolen.
Aldus is alles nog in hoge mate een natuurgodsdienst en het denken nog niet ontwikkeld tot een filosofie, wat men wel heeft geopenbaard bij de Grieken, die daaruit echter nog geen nieuwe levende godsdienst tevoorschijn konden toveren, dit waarschijnlijk door het abstracte van het filosofische denken en nog niet geheel en al in de ziel van een volk is ingedaald.
Het vermoeden is hier dat het Griekse denken zich met het jodendom heeft geassimileerd en tezamen daarmee op een primitievere wijze en inhoud in het lagere volk als christendom tevoorschijn is gekomen, want vanaf Alexander de Grote was Palestina al door de Griekse cultuur geïnfiltreerd en later door de Romeinen.
|