Citaat:
Oorspronkelijk geplaatst door WYSIWYG
Een Franstalige volksvertegenwoordiger moet binnen zijn kieskring tot 1/3 minder stemmen halen om verkozen te worden. Dus er is geen evenwaardigheid in stem tussen noord en zuid. Op dit gebied is dus elke Belg niet gelijk. Ik vermoed dat het systeem-Dhondt aan de basis van deze discrepantie ligt.
|
De situatie is toch complexer.
1) Elke inwoner van België is gelijk vertegenwoordigd. Wel neemt de Grondwet de bevolking als maatstaf en niet het aantal kiesgerechtigden en werkelijk kiezende Belgen.
In bepaalde provincies, zoals Namen of Henegouwen, zijn er meer mensen die niet kunnen stemmen (bv. omdat ze geen Belg zijn of minderjarig zijn) of wier stemmen eenvoudigweg niet naar partijen gaan die in de Kamer vertegenwoordigd zijn.
2) Zo stemde bij de federale wetgevende verkiezingen van 2019 11% van de Namenaars op partijen die de kiesdrempel niet haalden t.o.v. 5% van de Limburgers; 7% stemde blanco of ongeldig t.o.v. 4% van de Limburgers; 13% ging niet stemmen t.o.v. 9% van de Limburgers.
Kortom, bijna 1/3de van de Naamse stemmen ging “verloren”, terwijl dat aantal in Limburg minder dan 1/5de bedroeg.
Geen wonder dat een Naamse zetel dan ook relatief “goedkoper” was en dat Naamse kandidaten met minder stemmen verkozen werden.
3)
Bovendien stemmen in het zuiden van België meer mensen voor zogenaamd kleine partijen.
Zo werd in Namen een belangrijk deel van de stemmen (1/10) gespreid over acht « kleinere» partijen, waarvan geen enkele de kiesdrempel van 5% bereikte (in Limburg ging het om slechts 3 partijen).
Die keuzevrijheid kan de (grond)wetgever uiteraard niet veranderen.