Los bericht bekijken
Oud 5 december 2019, 00:01   #1
N-Vb
Staatssecretaris
 
N-Vb's schermafbeelding
 
Geregistreerd: 11 juni 2013
Locatie: Vlaanderen, België, Europa
Berichten: 2.938
Standaard Vakbond en rechtspersoonlijkheid

4. Rechtspraak - vakbond en rechtspersoonlijkheid

Kamer van Inbeschuldigingstelling Brussel 5 maart 2018, niet gepubliceerd.

Het gebrek aan rechtspersoonlijkheid van de vakbond : een mes dat maar aan één kant snijdt ?

1. Enkele jaren geleden werd een medewerkster van een ACV-kantoor te Diest op haar werk dodelijk getroffen bij een schietincident. De Kamer van Inbeschuldigingstelling (KI) te Brussel moest zich in een arrest van 5 maart 2018 uitspreken over de vraag of de vakbondssecretaris van het ACV-arrondissement Leuven en de nationale voorzitter van het ACV zich burgerlijke partij konden stellen namens de respectievelijke ‘afdelingen’ van het ACV.

2. De vraag van beide mandatarissen is opmerkelijk te noemen. Het ACV en haar afdelingen vormen namelijk een feitelijke vereniging zonder rechtspersoonlijkheid. Zij kunnen enkel maar in rechte optreden in die gevallen die door de wet worden voorzien. Men spreekt in het jargon van de “beperkte actieve rechtspersoonlijkheid van de vakbond”. Deze wettelijk omschreven gevallen worden gekenmerkt door de ondersteunende rol die de vakbond speelt bij het opkomen voor de rechten van haar leden. Bij wijze van voorbeeld: wanneer een werkgever een cao niet naleeft, kan de vakbond naar de arbeidsrechtbank trekken om de naleving ervan af te dwingen (cfr. artikel 4 Cao-Wet). Om het kernachtig te verwoorden: de vakbond die naar de rechtbank trekt, treedt niet op voor zichzelf maar wel voor haar leden. Nochtans was dat in de zaak waarover de KI zich diende te buigen wél het geval: zowel ACV-nationaal als ACV-Leuven hielden voor zélf schade te hebben geleden en vorderden daarvoor een vergoeding.

3. De procureur des Konings – daarin gevolgd door de onderzoeksrechter - meende dat het verzoek van beide ACV-mandatarissen als manifest (sic) onontvankelijk moest worden afgewezen: de feitelijke vereniging namens wie beide mandatarissen optraden, bestond in rechte immers niet en kon bijgevolg dan ook geen schade lijden.

De KI zag dit anders: de vraag om zich burgerlijke partij te mogen stellen was niet onregelmatig. De KI vertrekt van het klassieke uitgangspunt: leden van een feitelijke vereniging die menen dat de vereniging schade heeft geleden moeten in principe gezamenlijk optreden om een schadevergoeding te kunnen vorderen. Echter, de leden van de feitelijke vereniging kunnen een lasthebber aanduiden om hun gezamenlijke belangen te vertegenwoordigen.

4. In deze zaak was het zo dat zowel de statuten van het ACV (nationaal) als die van het ACV-arrondissement Leuven bepaalden dat het bestuur van de vereniging toekwam aan het dagelijks bestuur. Dit hield volgens de KI in dat het dagelijks bestuur kon optreden namens de leden van de feitelijke vereniging. Het dagelijks bestuur van elk van de betrokken ACV-afdelingen had een lid gemandateerd om namens de leden van haar ACV-afdeling op te treden als burgerlijke partij. De verschillende leden van de betrokken ACV-afdelingen waren als dusdanig vertegenwoordigd. Voor de KI stond het gebrek aan rechtspersoonlijkheid van de vakbond er dan ook niet aan in de weg om een vordering tot burgerlijke partijstelling te kunnen inwilligen.

5. Met dit arrest rijst de vraag of deze redenering enkel in één zin opgaat dan wel ook in de omgekeerde zin. Kan een partij die schade heeft geleden door handelingen van een vakbond op basis van bovenstaande redenering ook een of meerdere leden van het dagelijks bestuur juridisch hiervoor ter verantwoording roepen ? Tot dusver wordt deze vraag door de rechtsleer en rechtspraak meestal ontkennend beantwoord. Er is natuurlijk ook een verschil: alvorens de aangesproken leden van het dagelijks bestuur tot een schadevergoeding te kunnen veroordelen, moet hun een aantoonbare fout kunnen worden verweten die in een oorzakelijk verband staat met de berokkende schade. Dat zal bij bijvoorbeeld bij een uit de hand gelopen staking waartoe de vakbond heeft opgeroepen allerminst evident zijn.

Maar dat een vakbond wel kan optreden voor schade die ze lijdt maar de facto niet zou kunnen worden aangesproken voor de schade die in haar naam wordt veroorzaakt, wringt toch.

Bron: Mploy advocaten
N-Vb is offline   Met citaat antwoorden