Politics.be Problemen met registreren? Of een verloren wachtwoord? Gelieve een mail te verzenden naar maarten@politics.be met vermelding van je gebruikersnaam.

Ga terug   Politics.be > Algemeen > Europa
Registreer FAQForumreglement Ledenlijst Markeer forums als gelezen

Europa In dit forum kun je debatteren over de politiek van de Europese lidstaten, over de werking van Europa, Europese instellingen, ...

Antwoord
 
Discussietools
Oud 21 juli 2015, 14:42   #1
Gerard_Leek
Partijlid
 
Geregistreerd: 20 juli 2014
Locatie: Orthodox Vlaanderen
Berichten: 257
Standaard Kroatische journalist over Operatie Storm

Kroatische journalist Vedrana Rudan: We zullen de militaire Operatie Storm vieren samen met misdadige generaals en Thompson (een Kroatische ultranationalistische band) terwijl we ruim 300 duizend Serviërs (tijdens die operatie) verbannen hebben en daarbij oorlogsmisdaden begaan hebben.

In een artikel dat vandaag gepubliceerd werd schreef de Kroatische journalist Vedrana Rudan dat een paar duizend Kroatische soldaten in augustus 1995 ongeveer 300 duizend Serviërs hadden verdreven. Met Operatie Storm zuiverden we Kroatië van etnische Serviërs, schreef Vedrana. Tijdens de operatie werden er ook vele Servische huizen verbrand. Dit alles werd door de VS gesteund, schreef de Kroatische journalist.

Bron: http://www.intermagazin.rs/vedrana-r...mnoge-zlocine/

De herdenking van de Kroatische militaire operatie Storm

In augustus wordt in de Republiek Kroatië de militaire operatie Storm als een [officiële] nationale feestdag herdacht en gevierd. Elk jaar worden er in Kroatië op 5 augustus evenementen georganiseerd, waarbij de operatie Storm uitbundig gevierd wordt. Er worden bijeenkomsten georganiseerd van oorlogsveteranen, in de steden en dorpen wapperen overal Kroatische vlaggen en zowel regeringsleiders als religieuze autoriteiten houden enkele toespraken. Je zou denken dat het een gebeurtenis betreft, waar je als burger van Kroatië trots op dient te zijn. Het is ook een gebeurtenis die verantwoordelijk is voor de oprichting van de huidige Kroatische Republiek, binnen haar huidige grenzen. Deze gebeurtenis is voor veel Kroaten een nationale feestdag, een trotse overwinning van het leger van Kroatië. Echter, deze gebeurtenis is niet zo rooskleuring zoals het door de Kroatische media en regering gepresenteerd wordt. Deze gebeurtenis heeft een zwarte kant, die niet te ontkennen valt. Wat voor de ene partij een overwinning is, is voor de andere een grote nederlaag en een drama.

Wat is Operatie Storm

Op het grondgebied van de voormalige Socialistische Republiek Kroatië [van 1991 tot 1995] was er een burgeroorlog tussen de Kroatische en de Servische gemeenschap gaande. In 1991 escaleerde een oorlog in het voormalige Socialistische Republiek Kroatië [een bi-nationale staat], waardoor deze staat in twee eenheden uit elkaar viel, namelijk de Republiek Kroatië en Republiek van Servische Krajina. Op 4 augustus 1995, lanceerde de Republiek Kroatië een aanval op de Republiek van Servische Krajina, waarbij meer dan 300.000 Serviërs binnen twee/ drie dagen verbannen werden. Volgens Servische bronnen kwamen tijdens deze operatie meer dan 2.000 Serviërs om het leven. Op 4 augustus om vijf uur ’s ochtends vielen de eerste granaten op de hoofdstad van de Republiek van Servische Krajina, Knin. De bevolking van Knin was dermate geschrokken van de bombardementen, dat men besloot de stad te verlaten. De Serviërs vluchtten naar Bosnië en Servië. Dit was een goede keuze, want na de komst van het Kroatische leger werden er meer dan 250 overgebleven Servische burgers vermoord in de stad Knin. Elders in Krajina, waar het Kroatische leger arriveerde, werden overgebleven Serviërs tevens vermoord. Dit is bevestigd door de aanwezige VN troepen die eigenlijk bevoegd waren om de mensen te beschermen. Deze militaire operatie veroorzaakte de grootste etnische zuivering in Europa, na de WO2.

Bombardementen op een colonne vluchtelingen

Toen de verbannen Serviërs richting Bosnië en Servië vluchtten, werden een paar colonnes van vluchtelingen met extreem geweld geconfronteerd. Om de situatie te verergeren hadden een paar Kroatische straaljagers bommen afgeworpen op een colonne van Servische vluchtelingen bij Petrovac, in Bosnie en Herzegovina. Tijdens deze acties kwamen uiteraard een aantal mensen om het leven. Tevens werden enkele ongelukkige Servische vluchtelingen op bepaalde plekken tijdens de reis richting Servië, lastiggevallen en zelfs vermoord door Kroatische en Bosnisch-Moslimse eenheden. Dit laatste is zelfs vastgesteld op video. Tot op heden is niemand verantwoordelijk gesteld voor deze gruwelijke bombardementen op een colonne vluchtelingen, bij de Petrovac [in Bosnië en Herzegovina].

Stelling: In augustus zal Kroatië de 20e verjaardag van Operatie Storm vieren. Het is niet goed dat grootschalige oorlogsmisdaden door EU-lidstaten als Kroatië gevierd worden.

Laatst gewijzigd door Gerard_Leek : 21 juli 2015 om 14:44.
Gerard_Leek is offline   Met citaat antwoorden
Oud 21 juli 2015, 16:52   #2
Gerard_Leek
Partijlid
 
Geregistreerd: 20 juli 2014
Locatie: Orthodox Vlaanderen
Berichten: 257
Standaard

De oorlogen in het oude Joegoslavië deden zich voor in een periode toen Putin niet de president van Rusland was. Helaas denken sommigen hier dat Putin altijd de president van Rusland was, waardoor ze tot bizarre inzichten komen.
Gerard_Leek is offline   Met citaat antwoorden
Oud 21 juli 2015, 17:45   #3
Kristof Piessens
Parlementsvoorzitter
 
Geregistreerd: 24 november 2014
Berichten: 2.026
Standaard

Citaat:
Oorspronkelijk geplaatst door Gerard_Leek Bekijk bericht
De oorlogen in het oude Joegoslavië deden zich voor in een periode toen Putin niet de president van Rusland was. Helaas denken sommigen hier dat Putin altijd de president van Rusland was, waardoor ze tot bizarre inzichten komen.
dat was nog ten tijde van gorbatsjov voordat poetin ten tonele verscheen...hik ! proost !
Kristof Piessens is offline   Met citaat antwoorden
Oud 22 juli 2015, 21:36   #4
vuggie
Parlementsvoorzitter
 
vuggie's schermafbeelding
 
Geregistreerd: 24 juni 2009
Berichten: 2.289
Standaard

Citaat:
Duitsland speelde Joegoslavië uiteen

vrijdag 02 november 2001

gepubliceerd op www.rotterdamsdagblad.nl - Cees van Zweeden

Duitsland heeft doelbewust meegewerkt aan de ontbinding van het oude Joegoslavië. Hans-Dietrich Genscher, voormalig minister van Buitenlandse Zaken, beloofde een half jaar voor het begin van de oorlog al het Kroatische streven naar onafhankelijkheid te steunen. In een geheime ontmoeting met Kroatische nationalisten eind 1990 gaf hij hen 800 miljoen mark.

Deze onthulling werd deze week gedaan door Anton Duhacek, die de hoogste baas was van de Joegoslavische inlichtingendienst, de Slusba Bezbednosti. Volgens de nu gepensioneerde Duhacek, die aan de Baai van Kotor (Montenegro) woont, zaten ook Italië en Oostenrijk in het complot.

De oorlog in het voormalige Joegoslavië, die een kwart miljoen levens eiste, begon in juni 1991 met de onafhankelijkheidsverklaring van Kroatië. De Kroaten wisten toen al, zei Duhacek, dat ze op steun van de Duitsers konden rekenen.

,,De eerste contacten tussen de Duitsers en de Kroatische nationalisten werden al in 1989 gelegd,'' verklaarde Duhacek. ,,Maar hun samenwerking kwam in een stroomversnelling toen Genscher eind 1990 in het geheim Josip Manolic (de rechterhand van de latere president Tudjman, red.) ontving. Genscher beloofde Manolic 800 miljoen mark, op voorwaarde dat een onafhankelijk Kroatië niet door de communisten werd geleid.''

De onthulling werpt een nieuw licht op het gedrag van Genscher tijdens een top van de Europese Gemeenschap in december 1991. Genscher dwong toen een onwillige EG om Kroatië te erkennen door te dreigen dat Duitsland die stap anders alleen zou zetten. Het argument dat de Duitser gebruikte, was dat de oorlog niet meer gestopt kon worden. In werkelijkheid, zo zei Duhacek, had Genscher de Kroaten al lang voor de oorlog erkenning beloofd.

De uitkomst van de top deed de bemiddelaar van de EG voor de Balkan, de Brit Lord Carrington, in woede ontsteken. Hij voorspelde dat ook Bosnië zich van Joegoslavië zou afscheiden, waarmee een nieuwe oorlog onvermijdelijk werd. De Kroaten waren echter in de zevende hemel. In Split veranderde een populaire uitspanning haar naam in 'Café Genscher'.

De 800 miljoen mark was volgens Duhacek bestemd voor drie doelen. Een deel verdween in de kas van de nationalistische HDZ, de partij van Franjo Tudjman. Een ander deel werd aangewend om Kroatische officieren in het Joegoslavische Nationale Leger om te kopen. Maar het meeste geld werd op aandrang van Genscher gebruikt om de terugkeer van Kroatische immigranten te financieren.

Chroesjtsjov

,,Minstens 11.000 Kroaten keerden terug uit de diaspora,'' zei Duhacek. ,,Velen van hen waren extremisten, die de ideeën van de fascistische Ustase (die Kroatië tijdens WO II regeerde, red.) aanhingen. Een van hen was Maric, de zoon van een Kroatische immigrant. De Duitsers betaalden 300.000 mark om hem terug te halen. Hij werd later onderminister voor Binnenlandse Zaken in de eerste regering-Tudjman.''

De Slusba Bezbednosti gold in haar hoogtijdagen als de vijfde inlichtingendienst ter wereld. Het is ongebruikelijk voor agenten om uit de school te klappen. Maar Duhacek, die nooit eerder met de pers had gesproken, zei dat hij zich niet langer aan geheimhouding gebonden voelde. ,,Ik hield van Joegoslavië als was het mijn vrouw,'' zei hij. ,,Maar die vrouw is nu dood. Ik ben weduwenaar.''

Duhacek zei dat 241 buitenlandse spionnen als dubbelagent voor hem werkten. ,,Ik had de toespraak van Nikita Chroesjtsjov waarin hij met Stalin brak (1956, red.), twee dagen voordat zij werd uitgesproken al op mijn bureau liggen,'' zei hij.

De Slusba Bezbednosti kende ook al het oorlogsverleden van Kurt Waldheim, toen deze zich in 1971 kandidaat stelde voor de post van secretaris-generaal bij de Verenigde Naties. ,,Wij besloten hem ermee te chanteren. We beloofden Waldheim onze kaken op elkaar te houden, zolang hij Joegoslavische kandidaten voor VN-commissies steunde. Dat deed hij tien jaar lang.'' (Waldheim werd pas in 1986 gevloerd, toen een Servische krant zijn oorlogsverleden onthulde. Hij was toen president van Oostenrijk.)

Sterfbed

De ontbinding van Joegoslavië wordt door de meeste historici gepresenteerd als een proces dat ondanks, en niet dankzij de westerse mogendheden plaatsvond. Maar de buurlanden begonnen volgens Duhacek al met hun lijkroof voordat Josip Broz Tito, de leider van Joegoslavië, in mei 1980 overleed.

,,Toen Tito in Ljubliana op zijn sterfbed lag, onderschepten we het verslag van een zitting van het Italiaanse kabinet,'' zei hij. ,,De minister van Buitenlandse Zaken maakte zich daarin sterk voor de gedachte dat Italië na Tito's dood Istrië (een streek in Noord-Kroatië) zou opeisen.''

De Italianen waren niet de enigen die zich tijdens de langdurige ziekte van Tito over de kaart van Joegoslavië bogen, aldus Duhacek. ,,We kregen soortgelijke informatie uit de andere buurlanden. De Oostenrijkers wilden de streek rond Maribor in Slovenië, de Bulgaren waren geïnteresseerd in Perinski in Oost-Macedonië, de Grieken wilden Zuid-Macedonië, en Hongarije wilde meer rechten voor de Hongaarse minderheid in Vojvodina.''

Bron: http://www.ad.nl/ad/nl/1401/ad/integ...artid=rd055003
__________________
I want to light the lights of patriotism.
Lech Walesa

Laatst gewijzigd door vuggie : 22 juli 2015 om 21:36.
vuggie is offline   Met citaat antwoorden
Oud 22 juli 2015, 21:39   #5
vuggie
Parlementsvoorzitter
 
vuggie's schermafbeelding
 
Geregistreerd: 24 juni 2009
Berichten: 2.289
Standaard

Citaat:
Wie 'begon' de oorlog in Joegoslavië?/De mythe van de schuld van Servië

ABE DE VRIES − 26/09/1995

De auteur studeert geschiedenis in Groningen. Deze maand verschijnt van hem en René Grémaux in het tijdschrift Groniek een artikel over de Bosnische geschiedenis: 'Het omstreden verleden van een verloren land: historiografie en nationaal bewustzijn in Bosnië-Herzegovina'.

Wie onvoorwaardelijk in de mythe gelooft, bevindt zich nu in het gezelschap van drie hoofdrolspelers van de Joegoslavische crisis, de Sloveen Kucan, de Kroaat Tudjman en de moslim Izetbegovic.

Veel Angelsaksische literatuur over de ondergang van Joegoslavië kan dan ongelezen aan de kant worden geschoven. Liever volge men al die onvermoeibare Duitse politici, publicisten en wetenschappers, die vier jaar na dato nog bezig zijn de vroegtijdige Duitse erkenning van Slovenië en Kroatië te rechtvaardigen. De verantwoordelijke ex-minister van buitenlandse zaken, Genscher, is het meest recente voorbeeld (Der Spiegel van 11 september jl.).

In grote lijnen komt de mythe hier op neer: het agressieve nationalisme op de Balkan van de jaren tachtig was een Servische uitvinding. Dit nationalisme leidde in achtereenvolgens Kosovo, Slovenië, Kroatië en Bosnië tot reacties, dat wil zeggen tot defensieve, in principe meer aanvaardbare nationalismen.

Maar, zoals de Amerikaanse antropoloog Robert Hayden heeft opgemerkt, “de opkomst van het chauvinistische nationalisme in Joegoslavië in de jaren tachtig is nog niet serieus bestudeerd”. Wie vasthoudt aan de stelling dat alle problemen begonnen met het beruchte Memorandum (1986) van de Servische Academie van wetenschappen en kunsten - een niet-officieel, intern discussiestuk - brengt zichzelf in een onhoudbare positie. Met evenveel recht mogen we zeggen dat de ellende is 'begonnen' met de val van de Muur (1989), waardoor het internationale beleid ten opzichte van Joegoslavië radicaal veranderde. Of met het nationalistische Albanese oproer in Kosovo (1981), de dood van Tito (1980), de confederalistische grondwet van 1974 of de 'Kroatische lente' van 1971.

Zodra aan geschiedkundige ontwikkelingen een vast beginpunt wordt toegeschreven, kan men er vergif op innemen dat er geen geschiedwetenschap, maar journalistiek of propaganda wordt bedreven.

Er zijn altijd hinderlijke feiten die buiten een gegeven definitie en tijdvak vallen en die daarom moeten worden verdonkeremaand. Hayden noemt dit passend “de angstwekkende asymmetrie van de analyse”. Een beter verklaringsmodel ontstaat als we uitgaan van een interactie tussen meerdere, reeds bestaande en zich onder invloed van diverse factoren ontwikkelende nationalismen.

Ten tijde van het uitgelekte Servische memorandum, nog voor de opkomst van Milosevic, waren Sloveense intellectuelen bezig een Sloveens 'nationaal programma' te ontwikkelen, vol met vooroordelen tegen Joegoslaven uit andere republieken. Deze mensen werden Gastarbeiter, 'zuiderlingen', of Bosanci (Bosniërs) genoemd, een term die gebruikt werd voor iedere niet-Sloveense Joegoslaaf. De racistische ondertoon verschilt in niets van de veel vaker gewraakte Servische minachting voor Albanezen.

De politieke inhoud van het Sloveense nationale programma kwam overeen met die van het memorandum: in beide verscheen Joegoslavië als een grote fout. De rijke Slovenen hadden geen zin om zich nog langer financiële offers te getroosten voor de rest, terwijl ook de Serviërs zich afvroegen waarom zij hun eigenbelang zo onoplettend hadden verkwanseld. Het grote verschil was dat niet minder dan een derde van de Serviërs (2,5 miljoen mensen) buiten de eigen republiek leefde, terwijl de Slovenen in overgrote meerderheid veilig in Slovenië woonden. Nationalisten onder hen maakten van Milosevic een gevaar, maar voor Milosevic waren de Sloveense aanvallen op Servië een steun in de rug.

Dit, en vooral het jarenlange negeren door de communistische heersers van de Servische problemen in Kosovo, stelde Milosevic in 1987 in staat zijn 'coup' in de Servische Communistische partij uit te voeren.

Slachtoffercomplexen vol angst en wraaklust vinden we bij de meeste volkeren op de Balkan, ook al wordt meestal slechts het Servische belicht. Het idee te kort gedaan te worden door de Joegoslavische staat was ook een essentieel bestanddeel van het Albanese en het Kroatische nationalisme. Serviërs mogen dan de onderdrukking ('genocide') overdrijven die hun in Kosovo in de jaren zestig, zeventig en tachtig ten deel viel, dat neemt niet weg dat de Servische bevolking aldaar wel degelijk te lijden heeft gehad van een virulente, anti-Servische, vaak met terreur gepaard gaande stemming onder de Albanezen.

Ook hier geldt het 'Wie is er begonnen?' als een onbeantwoorde vraag. De Servische politie onder de gevreesde Rankovic? Fascistische Albanezen in de Tweede Wereldoorlog?

Rebecca West, die een onvolprezen reisboek over het Joegoslavië van het Interbellum schreef, zag het zo: “Verlichte en hervormingsgezinde Engelsen gingen steeds naar de Balkan om vast te stellen wie nu eigenlijk wie mishandelde. Omdat ze door hun perfectionistische geloof niet in staat waren de afschrikwekkende hypothese te accepteren dat de onderdrukking over en weer plaatsvond, kwamen ze allemaal terug met een favoriet Balkanvolk, dat ze in hun harten sloten als het altijd lijdende en onschuldige, altijd het slachtoffer en nooit de dader.'

Als het basisprobleem van Joegoslavië in de jaren tachtig geldt de verbinding tussen de economische crisis en het nationalisme. Weinig bekend is dat de opkomst van Milosevic door westerse financiële instellingen werd begroet. Eerder dan als een nationalist beschouwde men hem als een daadkrachtig hervormer, die goed van pas kon komen bij de sanering van de Joegoslavische economie. Maar het gedecentraliseerde politieke systeem (de verdeling van het land in republieken, die zich steeds meer als staten gedroegen) verhinderde in 1987 een snelle doorvoering van de IMF-aanbevelingen, waarvan de voornaamste was de versterking van de macht van de federale regering.

Met dat advies konden de Serviërs goed leven, maar de Sloveense leiders, die een nog confederaler Joegoslavië wensten, wierpen barrières op. Zowel de economische als de democratische hervormingen die zij voorstonden, garandeerden dat de republikeinse elites zich zouden handhaven als de bemiddelaars tussen het volk en de federale overheid.

Eind jaren tachtig had die overheid zo goed als niets meer te vertellen. In Servië, maar óók in Slovenië gaven het nationalisme en de opportunistische retoriek van het nationale belang in toenemende mate vorm aan het publieke debat.

De speech van Milosevic op het Merelveld (Kosovo) is beroemd. Minder bekend is de haatcampagne in Slovenië tegen het Joegoslavische Nationale leger - het laatste bastion van de eenheid -, die een vol jaar eerder begon. Susan Woodward, vorig jaar adviseur van VN-afgezant Akashi, vat een en ander kernachtig samen: “Zonder een algemeen geaccepteerde autoriteit en procedures om conflicten op te lossen, kunnen leiders in republieken die deel uitmaken van een desintegrerende staat, denken dat ze zich moeten verdedigen tegen bedreigingen van buitenaf, terwijl anderen hen van agressie kunnen beschuldigen, zodat er een proces in beweging wordt gezet van competitieve, defensieve reacties zonder eind.” (Balkan Tragedy, Washington 1995).

De Joegoslavische crisis werd pas een tragedie toen het internationale forum in 1991 en 1992 besloot de Joegoslavische staat te ontmantelen. Misha Glenny was niet de enige die grote problemen voorzag, met name voor Bosnië, bij een al te snelle erkenning van Slovenië en Kroatië.

Nu zijn we al zover dat nationalisten als Kucan en Tudjman hun handen in onschuld mogen wassen; het Europese parlement, met Arie M. Oostlander voorop, staat te popelen om Slovenië en Kroatië als lid te begroeten.

O ja, in de genoemde apologie van Genscher in Der Spiegel komt het woord 'Bosnië' niet één keer voor. Voorspelbaar. Het is 'allemaal' de schuld van de Serviërs.

Bron: http://www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archi...n-Servie.dhtml
__________________
I want to light the lights of patriotism.
Lech Walesa
vuggie is offline   Met citaat antwoorden
Antwoord


Discussietools

Regels voor berichten
Je mag niet nieuwe discussies starten
Je mag niet reageren op berichten
Je mag niet bijlagen versturen
Je mag niet jouw berichten bewerken

vB-code is Aan
Smileys zijn Aan
[IMG]-code is Aan
HTML-code is Uit
Forumnavigatie


Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 00:58.


Forumsoftware: vBulletin®
Copyright ©2000 - 2019, Jelsoft Enterprises Ltd.
Content copyright ©2002 - 2016, Politics.be